Ernstig spel

Het begon met een telefoontje van een vrouw over het overlijden van haar oma. Haar zoontje van 3 had tijdens het condoleancebezoek met zijn nichtjes ‘begrafenisje’ gespeeld met de theelepeltjes en wat ze verder konden vinden. Een oudtante, zus van de overleden oma, had daar zoveel aanstoot aan genomen dat het bijna op een familieruzie was uitgelopen.
 
Theelepeltjes. Ik zag die kinderen in hun onschuld, in een kringetje op het projecttapijt van het verpleeghuis. Wat een kerngezonde reactie op de dood.
 
Ik bewonder kinderen om hun nuchterheid in het omgaan met al die harde feiten waarmee ze te dealen hebben. De blik op het gezicht van een peuter die uit de zandbak wordt getild en in het fietsstoeltje geplant: niets tegen in te brengen, wen er maar aan. De berusting van een kind dat al een tijd met de vinger omhoog in de klas zit als de leerkracht zegt: ‘Zo, nu geen vragen meer en aan de slag!’ Wen er maar aan. Kinderen moeten zich in hun afhankelijke positie zoveel laten welgevallen.
Verzet tegen de harde feiten is zinloos.

Eromheen spelen kan wel.
 
Spel: de kern van onze cultuur

Spelen is experimenteren met alles wat nog geen hard feit is maar het kan worden. Spelen laat de feiten binnenkomen en stollen. Spelen helpt om je plek te bepalen bij die harde feiten. Spelen is bloedserieus als je klein bent. Dus ga je de theelepeltjes begraven en haal je de realiteit van de dood je leven binnen.
 
Spelen hoort bij ons. Volgens Johannes Huizinga is spelen de kern van onze cultuur en bestaat het kernprogramma van elke cultuur uit raadselspelen. De ernst van het samen geloven dat dit spel belangrijk is. Zingend vragen-en-antwoorden om de wereld op orde te brengen.

Niet echt, wel bloedserieus 

Om te spelen is veiligheid nodig en speel-ruimte bij de anderen.

Bij de dood geldt dat nog heviger. Die oudtante reageerde volstrekt begrijpelijk vanuit de cultuur die sinds halverwege de vorige eeuw de dood zover mogelijk uit het leven heeft geduwd. En zij had wellicht niet spelend, maar wel bloedserieus, geleerd dat de dood niet in het leven van kinderen thuis hoort.
Wat een misverstand.

Ik zie, ik zie, wat jij ook ziet, maar we hebben het er niet over.
Moeder afleggen, niemand zeggen.
En dan zie ik een verbaasde peuter de onmacht van volwassenen incasseren.

Spelen is niet echt. Maar wel serieus.
 
Als je dat spel belemmert bij het meest matter of fact-ige dat we kennen, de dood, ontzeg je kinderen de mogelijkheid om met de dood te leren leven. Pak de theelepeltjes af en je creëert de volgende generatie machtelozen.

Wen er maar aan?

Kinderen de dood leren kennen

Of zoeken we manieren om kinderen te helpen om de dood te leren kennen en er omheen te spelen? Met theelepeltjes of knuffels of autootjes. Met een tekening die meegaat als het konijn wordt begraven. Met boeken en films.

Sterveling zijn. Leven in het besef wat het is om hier tijdelijk te zijn. Bij tijdelijk hoort vertrek en bij vertrek hoort afscheid en bij afscheid horen al die ingewikkelde emoties waar je spelenderwijs mee kunt oefenen. En daar kun je elke dag mee beginnen.
Wie heeft er theelepeltjes?

Geef een antwoord