Zullen we over de dood praten en hoe we eraan ontsnapten?

Hij hangt over elk gesprek. Soms in een kleine wolk (1 tot 3 doden), soms groter (compleet gezin van broer of zus omgekomen) en soms onoverzienbaar (de gifgasaanval van Assad die in 5 minuten meer dan 2000 mensen ombracht, waaronder vrienden, kennissen, collega’s).
Verhalen achter een dunne sluier van afwachtend vertrouwen.

De dood is er steeds. Het lijkt zinloos om ernaar te vragen. Vroeger of later komt het er toch wel van. En passant.
“My family has lost five members”.
“I was detained. I was afraid to die.”
Ik mag het asielrelaas lezen van een jonge vrouw, een half jaar ouder dan mijn dochter. Gemarteld, gedwongen om marteling en verkrachting van lotgenotes aan te zien. Opgesloten in een kelder vol braaksel en uitwerpselen, waar hun doodsangst voelbaar en ruikbaar was. Ze raakt de geur nooit meer kwijt, zegt ze.

Twee uur later zit ik met haar en haar familie aan een overdadig gedekte tafel.
We spreken gek Nederlandsengelsarabisch en ‘handenenvoetens’. Haar zus is tandarts en pakt haar studie Nederlands aan met opmerkelijke precisie. Ze wil de taal leren. Ze wil aan het werk.

Bij een andere vriend krijg ik foto’s en filmpjes te zien. Een broer, succesvol arts, omgekomen door rondvliegend metaal. De laatste foto, genomen vlak voor de vlucht.
Schitterende huizen met kogelgaten in de muur. Een trappenhuis dat naar de hemel reikt. Het dak ligt in puin op de treden. Een slaapkamer, het tweepersoonsbed bedolven onder de brokken muur. Als ze thuis geweest waren op het moment dat de bommen vielen, hadden ze het niet overleefd.

Vier schattige, lachende kinderen, van een vriend.
Vier verkoolde lijkjes in een onafzienbare rij, twee dagen later.

Zullen we over de dood praten en hoe we eraan ontsnapten door een ongelooflijk, onbegrijpelijk toeval?

Over de dood praten is nodig. Voor mensen die in vrede leven, zoals wij. Voor mensen die de luxe kennen van talloze uitvaartproducten, zoals wij. Voor mensen die diensten leveren rond de uitvaart, zoals ik.

Zij willen over het leven praten. Hoe ze dat invullen in afwachting van,
in afwachting van,
in afwachting van alles.
Een dagbesteding. Zekerheid.
Hereniging met familie die godweetwaar verblijft.
Erkenning van talent.
Mogelijkheden tot ontplooiing.

“I want to be a neighbor” zegt een nieuwe vriend. Iemand om op terug te vallen.

Met hen wil ik niet over de dood praten.
Voorlopig luister ik naar hun verhalen over het leven.

Comments are closed.