Zomeravond voor de glazenwasser

Zomeravond.
Ik sta voor de deur om een uitvaart te bespreken. Het duurt even voordat de deur opengaat. Ik wacht.
Het is nog warm.
In de straat komt iemand aanlopen. Ik groet hem, hij groet mij en zegt: “Het kan zomaar zijn dat ze niet thuis zijn hoor!”
“Dank je” zeg ik, “maar ik denk dat ik even moet wachten, ik heb een afspraak”.
“Nou, als ze er zijn, doe dan de groeten!”
“Natuurlijk. Van wie?” Ik moet al een beetje roepen, want hij loopt intussen door. En hij loopt met een stevige pas, duidelijk iemand die gewend is aan lichamelijke inspanning.
“De glazenwasser!”
“Doe ik!”

Dan gaat de deur open.
De jonge vrouw die opendoet kijkt verbaasd als ze me hard hoort praten naar iemand in de straat.
“De groeten van de glazenwasser.” zeg ik. “Och!” zegt zij. “Hij weet nog helemaal niet dat [naam] is overleden.”
Ze kijkt hem na.
Het is niet iets om hem nog na te roepen.

De glazenwasser. Wat zou hij hebben meegekregen over het overlijden en de periode ervoor?
Wat ziet hij van het familieleven, de intimiteiten, de rommel, niet bestemd voor de ogen van buitenstaanders?
Hij deed de groeten.

Geef een reactie