Ten eerste: richt geen schade aan

Al een tijd loop ik rond met het idee om een ritueel te maken met vluchtelingen die in Nederland terecht gekomen zijn. Het gat tussen praktische hulp (huisvesting, financiën, taallessen) en hulpverlening gericht op trauma’s is te groot. Er moet iets tussen, een vorm van bezinning en expressie van wat er is gebeurd. Maar niet in het kader van therapie.
De verhalen van vluchtelingen vragen om een uitdrukkingsvorm die recht doet aan hun verhalen. Wat moet ik weten voordat ik begin?

In elk geval is duidelijk: je bent op gevaarlijk terrein. Er zit pijn, gekwetstheid, onmacht, schaamte, overlevingsdrang en woede in de slachtoffers. Hoe geef je die vorm? Hoe geef je die betekenis? Waar ben je als ritueelbegeleider van betekenis en waar loop je hen voor de voeten? Of ernstiger, wanneer ben je onderdeel van een systeem dat hen verstikt?

Om deze vragen te verkennen bezoek ik de conferentie Practices of Victimhood in Tilburg.

Bottom up versus top down
De eerste bijdrage draait om de botsing tussen nabestaanden en professionals in het verbeelden van een pijnlijk verleden. De spreker, David Clarke, vertelt over een groep slachtoffers en nabestaanden van het communistische regime in de voormalige DDR. Zij hadden een Gedenkstätte ingericht met voorwerpen en foto’s die de verdrukking en het overleven in beeld brachten. Toen ze na enige tijd financiële hulp nodig hadden en een subsidie aanvroegen, ontstond er een probleem. Aan de subsidie was namelijk een aantal voorwaarden verbonden die de herdenkingsplaats een heel ander gezicht zouden geven. Van een persoonlijk gedragen herdenkingsplaats zou het gebouw veranderen in een museum met een voorlichtingstaak. De initiatiefnemers ervoeren dit als onteigening. Ineens namen historici die geen persoonlijke band hadden met de geschiedenis de herdenkingsplaats over. In plaats van erkenning voor hun persoonlijke verlies en herstel van hun leed kregen ze een plekje in een historisch overzicht van de gebeurtenissen. Zij maakten een alternatieve website met hun eigen foto’s. Duidelijk werd hoe belangrijk het is om vast te stellen voor wie zo’n gedenkplaats of museum eigenlijk is. En van wie.

Ik denk aan de film “On the bride’s side” waarin vluchtelingen na hun oversteek de namen van hun omgekomen dierbaren op de muren van een leeg gebouw krassen. Rauw en direct. Dat moet ik goed onthouden. Esthetisering en gewelddadigheid liggen soms dicht bij elkaar.


Lost in translation?

Juliette Schaafsma, de tweede spreker, vertelt over het onderzoek naar publieke excuses van de ene natie aan de andere. Daar opent zich een moeras van vragen, vooronderstellingen, onuitgesproken verwachtingen en datweetjetochs. Met een persoonlijk voorbeeld laat ze zien hoe klein het verschil kan zijn tussen een escalatie en een subtiele uitweg uit gezichtsverlies.
Er spelen nog zoveel meer factoren een rol dan de grofmazige indeling in schaamte- en schuldculturen. Macht, hiërarchie, strategieën om om te gaan met pijnlijke gebeurtenissen. In het Westen wordt, meer dan elders in de wereld, geloofd dat praten over gedane zaken helpt. Hoe kom je terug op oud zeer in een cultuur waar dat niet geloofd wordt?

Dat moet ik goed onthouden. Uitspreken van pijn schreeuwt om verzachting, en die moet wel beschikbaar zijn.

Bufferzone
Hoe langer ik luister, hoe meer denk ik aan het begrip “Pufferzone” dat Habermas uitwerkt in zijn theorie van het communicatieve handelen. Als er eenmaal een systeem is waarin ‘we’ werken, gaan ‘we’ ook vanuit dat systeem verder. En dan ontstaat er een buffer, waar ongewenste elementen niet meer doorheen komen. De vraag is dan of het nog wel zinvol is wat je doet binnen dat systeem. En de kritische vraag is of je niet alleen maar bezig bent om het systeem in stand te houden.
Die vraag dringt zich op bij een presentatie over interviews tussen een Europese zorgverlener en een vluchtelinge uit Noord Afrika. De vragen die hij stelt lijken een buffer op te werpen tegen het verhaal van de vrouw. Goedbedoeld, daar niet van, maar wel een buffer. Ruimte en rust om haar verhaal te volgen is er niet, er is een vragenlijst die afgewerkt moet worden, en er zijn nog meer mensen te ‘bedoen’. Het verhaal komt er in losse fragmenten uit. Sommige details blijven onopgemerkt omdat ze in een context horen die de zorgverlener niet kent. De onderzoeker kent ze wel en laat ons zien hoeveel hier aan informatie verloren is gegaan.

Dat moet ik goed onthouden. Hoeveel informatie gaat misschien verloren in de bufferzone van het protocol? Van de goede bedoelingen? Van een Westerse blik?

Ten eerste: richt geen schade aan
Wat kun je doen als je vanuit je hart en betrokkenheid je ritueelpraktijk wilt uitbreiden naar vluchtelingen?

In de eerste plaats: geen schade aanrichten. Je eigen bufferzones inspecteren.

De beste manier: vrienden worden.

Comments are closed.