Slotjesliefde

Op vakantie in München lopen we over een brug. Een hart van slotjes vangt mijn blik. Daarboven nog veel meer slotjes, rijen dik. Een nieuw ritueel? Een oud ritueel in een nieuwe gestalte?

Liefde en vrijheid
De gestolen grootmoeder, altijd goed voor contextualisering en bronnenonderzoek, vertelt het verhaal.
De traditie is nog niet zo oud. In Nederland hangen sinds 2010 in diverse plaatsen ook een slotjes aan de brug. De bedoeling is om met je geliefde samen een slotje aan de brug te hangen en het sleuteltje in het water te gooien. Al gaat de liefde over, het slotje is getuige dat de liefde er eens was en dat de persoon met wie je het sleuteltje in het water hebt gegooid er ooit toe deed.
Liefde en vrijheid, vastigheid en openheid, lastige combinaties. De slotjes aan de brug zijn rituelen voor confluent love, een begrip gemunt door Anthony Geddens in The Transformation of Intimacy: “Ik houd van jou een liefde lang.” Misschien geen leven lang, en niet gegarandeerd tot de dood ons scheidt. Maar ook al vervliegt de liefde, de plek van die ander in je levensverhaal blijft. Ik vraag me af hoeveel verliefde stelletjes zich die betekenis realiseren. De wereld is zo roze als je jong bent, en verliefd. De toekomst zo vaag, routine en tredmolens zo onvoorstelbaar.

Vasthoudend loslaten
Hoe zou het zijn om dagelijks over de brug te fietsen langs je eigen slotje? Zou je dagelijks kijken, of zou het mettertijd slijten en wijken voor de dingen die komen en gaan: een zware tas, sores op het werk, de regen? Zouden er over tien, twintig, dertig jaar mensen terugkomen bij de brug? Samen of alleen? Met kinderen, misschien? Speurend naar het slotje dat misschien al niet meer te traceren is. Sommige bruggen bezwijken er bijna onder.
Een slotje aan de brug op Memory Lane. Met een schrijnende herinnering, spijt; of gedachten over de tijd die zo snel gaat en hoe onbezorgd en optimistisch het allemaal was.
Een mooi ritueel voor confluent love is dit. Het haalt de fundamentele onzekerheid van het leven binnen. Een slotje aan de brug is geen trouwring en geen huwelijkscontract, al zijn ook die geen levenslange garanties meer. Samen een sleuteltje weggooien is een oefening in vasthoudend loslaten. Geen claim op de ander. Geen publieke garanties van je eigen trouw. Wel de belofte en de intentie. Nu ben je met elkaar verbonden, en dat blijft, wat er ook gebeurt. Of de liefde blijft of niet, of je nu samen blijft of niet.

…en jij slaapt evenmin
Weggegooide sleuteltjes. Het eerste loslaten. Ooit zal het moeten. Door de dood, of door het leven.
Die halve vastheid, halve losheid is indringend uitgedrukt door Herman de Coninck:

Misschien rust op dit huwelijk geen levenslange zegen,
maar wel het soort zekerheid
van een te hernieuwen huurcontract

We zijn binnen voor de regen
van melancholie.
Misschien is dat minder passionant
dan vroeger, als je klaarkomt vraag ik ‘wablieft’
en grappen in die trant.
Maar ik heb je meer dan vroeger lief:
er is zoveel mee ‘jou’ nu dat ik ken,
zoals ik ook voor jou meer ikken ben.
En allemaal samen hebben we dat zoontje van zes.
Vaak kan ik niet slapen
van het denken eraan.
En dan denk ik: net een heus gezin.
En ik tast naar jouw hand.
En jij slaapt evenmin.

Meer gedichten over dit thema vind je bij Gedichten over sterven, afscheid en verder gaan.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Comments are closed.