Rouwen met een ruggengraat

Vijf jaar geleden botsten twee intuïties die ik al een tijd meedroeg op elkaar tijdens het seminar “Strategies of grief therapy” van Bob Neimeyer. De ene: dat rouw en hechting op de één of andere manier met elkaar te maken hebben. De andere: dat er iets pijnlijks zit in de opdracht om als eerste ‘het verlies onder ogen te zien’ nog voordat het rouwproces kan beginnen. De botsing bracht een enorme explosie van energie teweeg die ik na vijf jaar nog steeds voel.

Rouw is de achterkant van liefde, ook van gekwetste liefde
Dan denk je dat je komt voor een seminar over rouw, en gaat het de hele dag over liefde.
Gekwetste liefde, verdrongen liefde, angstige liefde. Liefde die geen uitweg vindt als de geliefde persoon is overleden en er nog zoveel te zeggen en te vragen valt. Zulke liefde komt naar buiten als obsessie, als verslaving of als stress. Maar ook die liefde kan uiteindelijk uitmonden in een rijkere herinnering.
Bob Neimeyer laat ons een videoverslag zien van een vrouw die wegens de dood van haar moeder niet meer kan functioneren en dagelijks neerzit in de kamer die ooit van haar moeder is geweest. Baan verloren, opleiding afgebroken, leven lamgelegd. Langzaam en voorzichtig zoekend met Bob ontdekt zij de oorzaak van haar intense pijn. Dat is niet de dood van haar moeder. Het is wat ze in haar moeder gemist heeft toen zij nog leefde.
En wat zij nu doet om plaatsvervangend voor haar moeder te leven. Zo intens, dat ze haar eigen leven er niet meer bij kan hebben.

Twee verhalen
Dit verhaal laat me zien waar hechting in rouw tevoorschijn komt.
Ben je veilig gehecht, of niet. Kun je verlies aan, of maakt het je bang. Ieder mens heeft bij een traumatische gebeurtenis (zoals een overlijden) twee verhalen te vertellen. Het verhaal van de gebeurtenis zelf en een ‘achtergrondverhaal’, dat gaat over de relatie die je met de overledene had. Die relatie is afhankelijk van je vermogen om je veilig te voelen in de wereld. Als je iemand verliest, en je bent veilig gehecht aan de wereld, je hebt vertrouwen in jezelf en jouw vermogen om je te verbinden met anderen, dan kun je het verhaal van het verlies vertellen met het verhaal over je relatie met de overledene veilig op de achtergrond.

Veiligheid in je ruggengraat
Ben je veilig gehecht, dan heb je een levensruggengraat. En je kunt je verlies dragen.
Ben je niet veilig gehecht, dan lijd je een verlies zonder levensruggengraat. Een overlijden, het meest definitieve verlies dat je kan overkomen, kan je dan in een periode van overweldigende rouw storten. Alle onveiligheid wordt uitvergroot, hechten aan de wereld is bijna onmogelijk, het enige dat telt is de relatie met de overledene. Hoe pijnlijk ook, hoe onbevredigend ook. Iets anders heb je immers niet. Bob vertelt dat deze rouw meer op posttraumatische stress lijkt dan op een depressie, eerder op een angststoornis dan op een stemmingsstoornis.

Pijnlijk realisme
En dan de tweede vage notie.
In alle rouwtheorie die ik tot dan toe heb geleerd, speelt de confrontatie met de onontkoombare realiteit een grote rol. Elisabeth Kübler-Ross heeft het over ontkenning en marchanderen, Stroebe over rouwtaken, waarvan de eerste is: het verlies onder ogen zien. De confrontatie met de realiteit: deze geliefde komt echt nooit meer terug. Ontkenning is een groot gevaar voor de afsluiting van het rouwproces. Dan vallen er pijnlijke, objectiverende woorden als ‘pathologische rouw’ en het ‘levend houden van de overledene’.
Maar wat zegt Bob?
Als de rouw gecompliceerd is, vermengd met onveiligheid, met onvervuld verlangen, kàn er niets worden afgesloten. De ontkenning gaat ook vaak helemaal niet over de dood, maar over de pijn van de onveilige relatie.
Bob helpt mensen hun ingewikkelde, pijnlijke relatie met een overledene te reconstrueren en er een rijkere relatie van te maken. Daarom schrijven zijn cliënten brieven aan hun overleden geliefden. Hij noemt dat letterlijk: To say ‘hello again!’ Soms moeten ze in een dialoog met hun geliefde overledene niet alleen hun eigen woorden spreken, maar ook die van de overledene. In een andere stoel, tegenover die van henzelf. Of via een e-mailaccount dat ze voor de overledene maken en beheren. Inclusief antwoorden aan henzelf.

Continuing bonds
Dan is er protest in de zaal. Het zit er diep in, dat realisme, de zorg omtrent ontkenning en ontwijking. Bob heeft dit al zo vaak meegemaakt. Natuurlijk heeft hij dit al vaak meegemaakt.
Hij zegt: Niets is zo erg als vastgeketend zitten aan de realiteit. Juist omdat wij mensen zijn, op ons verleden kunnen terugkijken en een toekomst kunnen ontwerpen, kunnen wij ons andere dingen voorstellen en de realiteit overstijgen. Je houdt immers ook van je geliefden als ze niet hier in de zaal zijn? Zo kun je ook de relatie met een overledene die fysiek niet meer aanwezig is, blijven onderhouden. Maar: reconstructie is geen re-enactment. Je moet niet de overledene levend houden, maar de relatie. Zolang jij leeft heb jij een relatie met alle mensen die belangrijk voor je zijn. Of ze nu bij je zijn of niet. Of niet meer. Daarom is het continuing bonds work zo belangrijk.

Verbeelding van de liefde
Intussen krijgen we een veelheid van creatieve mogelijkheden te zien om de relatie met geliefden een nieuwe betekenis te geven. Muziek, dromen, visualisaties, verhalen, dans, maskers, de immateriële erfenis. Wat niet al! Ik zie al voor me wat ik ermee ga doen.
Alsof er een raam open gaat naar een nieuw, uitnodigend landschap. Ik loop daar nog altijd rond.

Uitzicht

We krijgen een afsluitende opdracht om te leren omgaan met een therapeutische vorm.
Zes elementen voor een verhaal dat we moeten maken in een paar minuten. Het zijn:
Een berg
Een zonsopgang
Een groot verlies
Een leeg huis
Een huilend kind
Een sprekend dier

Ik zie meteen de vos van de Kleine Prins, ‘die altijd beter ziet met zijn hart’.
Dan gaat het vanzelf.
Hier is mijn verhaal.

“Kijk, we zijn boven op de berg”, zegt de vos.
“Huil je nog?
Zie je dat de zon opkomt?”
Het kind veegt zijn tranen af.
Het kijkt de vos aan.
“Waar zijn we?” vraagt het.
“We zijn nu hier” zegt de vos.
“Je bent nu bij mij en de zon komt bijna op.”

“Ja” zegt het kind.
“Zijn papa en mama dood?”
“Ja”, zegt de vos.
“Jullie huis is leeg, nu.
Als je omkijkt, zul je het zien.
Wil je het zien?”

Het kind draait zich om en kijkt naar het huis in de verte.
“Voel je de zon?” vraagt de vos.
“Nee”, zegt het kind.
“Het is te vroeg.
Ik heb het koud.”

“Kom maar hier.” zegt de vos.
Het kind kruipt tegen de vos aan.
De vos slaat zijn staart om het kind heen.
Samen zitten ze op de berg.
Langzaam komt de zon op.

Comments are closed.

2 Responses

  1. Veva says:

    Dank je wel Carola voor het delen. Het geeft mij inzicht in complexe rouwverwerking en beleving.

    • Carola Kruijswijk says:

      Graag gedaan, graag gedeeld! Deel het vooral verder, het is zo gevoelig en zo kwetsbaar als mensen wel willen rouwen en niet weten hoe.