Pet af: Handleiding voor stervelingen

Subjectief verslag van het Eckerlijck-congres van de VPTZ op 14 december 2017

Met de dood voor ogen; wat we nodig hebben, is elkaar.

Wat een mooi thema voor een congres over vrijwilligerswerk in de palliatieve en terminale zorg. Waar staan we, met de dood voor ogen? En hoe hebben we elkaar nodig?

Petten

Ik weet het heel vaak niet. Rond het sterven lijkt het alsof je altijd een pet op moet. Die van patiënt, mantelzorger, zorgverlener, arts, nabestaandenconsulent. ‘Mens’ lijkt op de één of andere manier niet voldoende, want dat zijn we toch allemaal? Maar het zit dieper. Sterven is onvoorstelbaar, en moet een kader krijgen om het op zijn minst voorstelbaar te maken. En dan is petten uitdelen een voor de hand liggende manier van kaderen. Dan is maar duidelijk wat er van je verwacht wordt.

Sterren en strepen
Toch is de ene pet zichtbaarder dan de andere. Chantal Holtkamp, directeur van VPTZ, één van de organisatoren van het congres vertelt in haar openingswoord over een professionele zorgverlener die wist van vrijwilligerswerk en niet dacht aan het inschakelen van een vrijwilliger toen ze in haar eigen leven met een sterfbed geconfronteerd werd. Is dat niet opvallend?
Ja, dat is opvallend. En nee, dat is helemaal conform de centrale status de professionele petten in onze samenleving hebben gekregen. Later in de middag voegt Anne Goossensen, hoogleraar vrijwilligers in de palliatieve zorg, daaraan toe dat het ook moeilijker is om kwaliteiten aan vrijwilligerspetten toe te kennen. Professionele zorgkwaliteit wordt met allerlei kwaliteitsindicatoren op orde gehouden, maar bij vrijwillige ‘zorgers’ passen die niet. En als de strepen en de sterren op de petten daarvan afhankelijk zijn, dan vallen de ongestreepte en onbesterde petten van vrijwilligers en mantelzorgers minder op. Dat kan ook fijn zijn, want vrijwilliger zijn doe je vaak vanuit persoonlijke betrokkenheid. Andere kwaliteiten vragen de ruimte. En zodra daarvoor ruimte is, kan de pet ook heerlijk zitten. Veel vrijwilligers en ook mantelzorgers in de zaal herkennen dat.

Met je pet in je hemd
Over mantelzorgers gesproken: het is ook nog eens moeilijk om te bepalen wanneer je partner, moeder, vader, broer, zus, dochter, zoon bent en wanneer je die mantelzorgpet op hebt. Waar ligt die grens eigenlijk?
Marian Verkerk, hoogleraar zorgethiek, verkent met ons de moeilijk uitspreekbare gevoelens, de ambivalenties die we vaak onder de pet houden. Als je de pet van mantelzorger wel op hebt, maar hij knelt. Of je hebt hem al zo lang op. Of zo vaak, zodat je niet meer zonder pet even een wandelingetje kunt maken. Je bent soms nauwelijks meer dan de ondergrond van die pet. En anderen met meer sterren en strepen komen jouw huis in om je te vertellen wat je niet goed doet, of niet goed genoeg. En ze bespreken jouw wel en wee en dat van degene voor wie je zorgt ook nog onderling. Sta je daar in je hemd.

Die pet past ons allemaal
Christiaan Rhodius komt met een artsenpet het podium op, maar hij heeft zijn jas ook meegenomen. Voor de één is het een ouwe jas met vale plekken, maar voor hem is het de jas die hem nog altijd (min of meer) droog houdt en waarin hij ooit een epileptische aanval kreeg. Hij heeft alle verschillende petten al eens op gehad en hij kent ze allemaal. Vandaar dat hij het wil hebben over de positie die we onder alle petten delen: sterveling.
Sterveling: die pet past ons allemaal.

Existentieel
En de patiëntpet? De pet van de stervenden, de afronders, terugkijkers, afscheidnemers? Die kan over je ogen zakken en je afsluiten van de rest van de wereld. Maar als je over het leven kunt praten met iemand die echt naar je luistert, die bij je is, ben je minder eenzaam. Je hebt bij uitstek mensen nodig die beseffen wie ze zijn ónder die pet. Of zónder die pet. Christiaan Rhodius vertelt hoe hij ooit in een medische staat alles noteerde wat een vrouw hem toevertrouwde, in het besef dat dit geen ‘medisch relevante’ informatie voor zijn collega’s opleverde, maar wel ‘existentieel relevante’ informatie voor deze vrouw.

Wonderen bestaan
In het middagprogramma zien we hoe acteurs van Ervarea de petten op- en af zetten. We horen welke verhalen eronder schuil gaan, en hoe die verhalen doorklinken in hun optreden. Wat wordt er veel niet gehoord en gezien. Een wonder als we elkaar wèl verstaan. En soms treedt dat wonder op.
In de discussie spreken mensen uit welke zorgen ze hebben: of de pet wel goed past en of ze het wel goed genoeg doen. En het gaat over machtsverhoudingen die voor de ene groep (vrouwen, minderheden) veel minder gunstig uitpakken dan voor de andere (witte mannen), maar ook de neiging om zorg exclusief tot iets vrouwelijks en emotioneels te beperken, zodat wat mannen doen geen zorg mag heten. Als je zorg beschouwt als ‘gemeenschapszorg’ (Christiaan Rhodius) of als een vorm van burgerschap (Marian Verkerk), komt het meteen uit een beperkt wereldje en wordt het een kracht.

Elckerlyc draagt geen pet
Als je met een pet op rondloopt is je grootste taak te zorgen dat je die pet waard bent. Het is prima om een pet te hebben, want dat is hoe we het leven organiseren. Maar uiteindelijk zijn we allemaal stervelingen; en Elckerlyc draagt geen pet. In het laatste stukje van het leven van iemand voor wie je zorgt: doe hem af of stap achteruit voor stervelingen zonder pet.

Geef een reactie