One Size Fits All?

One Size Fits All?
Verlangen naar religie bij een uitvaart

Er is geen gebied waar de ontkerkelijking zo langzaam gaat als bij de uitvaart. ‘Rouw en trouw’ zijn voor velen, hoe ver van de kerk ook verwijderd, nog reden om naar de kerk te gaan. Sterker, af en toe hoor ik hoe iemand verzucht ‘was er nog maar gewoon de kerk’. Meestal omdat de kerk iets biedt bij de dood. Iets wat ergens anders niet verkrijgbaar is: duidelijkheid, een vast patroon, een traditie die al eeuwenlang in stand gehouden wordt.

“Ik ben niet eens gelovig, maar heb toch wel de voorkeur voor de kerk. Daar ligt duidelijk vast wat je gaat doen bij een uitvaart, en je hebt geen fratsen zoals we houden allemaal een roos vast of we laten allemaal een ballon op.”

“Ik ga al jaren niet meer naar de kerk, daar heb ik niets meer te zoeken. Maar toen ik door mijn moeders kerk werd uitgenodigd voor Eeuwigheidszondag ben ik toch gegaan. En het was zo warm. Ik had het gevoel dat ik gedragen werd door al die mensen die ook iemand hadden verloren. Maar het kan toch niet zo zijn dat je voor het gevoel van saamhorigheid naar de kerk moet?”

Wat er in die vieringen gebeurt is steeds hetzelfde. Dezelfde liturgische teksten, dezelfde rituelen, een klein repertoire aan liederen. Er gaat troost van uit, geruststelling, vanzelfsprekendheid. Je hoeft het niet zelf te bedenken en je wordt niet door ‘fratsen’ overvallen.

Het verlangen naar een religieuze uitvaart is op zijn minst opvallend in een tijd waar ‘One Size Fits All’ op vele gebieden niet meer op prijs wordt gesteld. Het verlangen naar de vertrouwde cadans van een religieuze rouwviering kan heftig de kop opsteken. De psychiater Irvin Yalom beschrijft in ‘Creatures Of a Day’ zo’n verlangen bij een groots opgezette uitvaart. Er wordt champagne geschonken, er is een uitgebreide receptie en er wordt een film over het leven van de overledene getoond.

When the film ended, we sat silently in darkness. I was sorry when the lights came on because no one knew what to do. One brave, self-confident soul clapped, and soon most of the audience joined in. I found myself longing for a traditional religious ritual, a very rare state for me. I missed the familiar cozy cadence and orderly sequence of events led by clergy and rabbis. What is one supposed to do at a funeral manqué that commences with champagne and hors-d’oeuvres and has no place for weeping? (pag. 104)

My Size Fits Me
In het mooiste geval voorziet een religieuze uitvaart in de behoefte aan troost, herkenbaarheid en een groter geheel waarin je gedragen wordt. Maar dat is niet altijd het geval. Zie hier een lijstje kerkfrustraties die ik in de loop der jaren heb verzameld:
Een predikant die de naam van de overledene consequent verkeerd uitspreekt en geen enkel contact maakt met de familie.
Een pastoor die het Onze Vader zo routineus uitspreekt dat het nauwelijks verstaanbaar is.
Een liturgieboekje waarin de naam van de overledene in een afwijkend lettertype in de standaardtekst is ingerommeld en waarin sommige pagina’s scheef gekopieerd zijn. Onhandig of liefdeloos? In elk geval een scherp contrast met het warme In Memoriam dat door de dochter van de overledene wordt uitgesproken.
Een teleurgestelde tiener die van de pastoor geen saxofoon mag spelen in de kerk.
Een predikant die geen enkele moeite doet om een grote groep alternatieve jongeren, vrienden van de jongste zoon van de overledene, aan te spreken, en het bestaat om het over zijn eigen problemen te hebben in plaats van de familie troost te bieden. En dit trof gelovigen, die uit overtuiging voor een kerkelijke viering kozen.

Our Size Fits You
Wat zoeken geseculariseerde nabestaanden in een cultuur van customization in de kerk? Niet de christelijke taal, of de inbedding van de overledene in een christelijk ritueel. Daar doen ze in hun dagelijks leven immers niets meer mee. Het lijkt me een zoektocht naar troost, warmte en inbedding die niet verkrijgbaar is op andere plaatsen. Of beter: nog niet.
Wat zou er gebeuren als er wèl een plek was waar je iemand had die je helpt bepalen ‘what you are supposed to do’? Iemand die je kan helpen landen in een groter geheel, die duidelijkheid biedt en ruimte voor al je emoties, inclusief verdriet?

Ik denk dat één van de redenen waarom mensen een ritueelbegeleider zoeken voor een uitvaart, zit in de behoefte aan geruststelling. Een vorm die je aangereikt krijgt op een moment dat je zelf geen energie hebt om erover na te denken. Er is veel onzekerheid over wat wel en niet kan bij een uitvaart. Mensen imiteren elkaar omdat dat nu eenmaal zekerheid biedt. Niet voor niets zijn de rozen en de ballonnen al uitgekristalliseerd tot een vast repertoire en komen de powerpointpresentaties en lintendoorkniprituelen daarbij.

Maar er ontbreekt iets. Het is alleen de vorm, het is buitenkant. Als zoiets in een afscheidsviering geen inbedding krijgt, heeft het weinig betekenis of werkt het zelfs vervreemdend. Dat is wat Irvin Yalom overkomt in die funeral manqué.
Maar hij ziet één ding over het hoofd: de nieuwe rituelen zonder inbedding zijn net zo’n kunstje als een routineus opgezegd Onze Vader. Een pastoor die routineus het Onze Vader opzegt, parasiteert op de rijke betekenis die dat gebed in de geschiedenis heeft verworven en biedt evenveel troost als de hors’d oeuvres en de champagne. Of even weinig, zo je wilt.

De waterscheiding loopt niet tussen religieus en niet-religieus, maar tussen verbinding en vervreemding.

What Size Fits You?

En dan sta ik daar als niet-religieuze uitvaartondersteuner. Wat heb ik dan te bieden? Iets dat ik niet kan uitvouwen als een common book of prayer. Dat wil ik ook niet en dat streef ik ook niet na; dat is er immers al.

Als een opdrachtgever zegt dat hij of zij iets wil kopiëren uit een andere uitvaart, vraag ik altijd door. Heeft het ook betekenis voor de relatie die hij of zij zelf heeft met de overledene? Of is het een poging om iets te doen dat een, zij het minimaal, ‘keurmerk’ heeft? Het is een begrijpelijke behoefte, maar het is niet nodig. En ook niet altijd zinvol. Meestal komen we tot een andere vorm, die beter past bij de overledene, of die beter gestalte geeft aan de relatie van de nabestaanden tot de overledene. Het is steeds weer zoeken naar de goede vorm, vooral omdat er geen sjablonen zijn. Althans, niet bij mijn overwegend geseculariseerde opdrachtgevers. Het hoeft niet allemaal volstrekt uniek, maar het moet wel recht doen aan een unieke persoon.

Uiteindelijk is de kern van de zaak niet de al dan niet religieuze invulling van het ritueel. Het is de verbinding die tot stand moet komen. Tussen de overledene en de nabestaanden, tussen het verleden met de overledene en de toekomst zònder. Tussen de generaties. Of dat nu in de kerk is of in een achtertuin of op een luwe plek in de duinen. Het gaat om deze overledene met deze nabestaanden. To make their size fit them.

Comments are closed.

4 Responses

    • Carola Kruijswijk says:

      Dankjewel voor je reactie, Rien. Die aandacht is er bij veel collega’s, en ook daar maakt al dan niet religieuze achtergrond niet uit. Het blijft een fascinerend tussengebied, die rituelen.