Noorderlichtprijs voor doodvaardige jongeren

Op 4 oktober won Stichting Mijn masker af  de Noorderlichtprijs. Ik had het al gehoopt omdat ik zo blij was dat er jonge mensen zijn die hun eigen ervaring met sterven en rouw andere jongeren willen delen. Gewoon, vanuit hun eigen ervaring van betekenis willen zijn voor een lotgenoot.

Dat is niet nieuw en niet uniek, het is zelfs een nieuwe traditie te noemen: als je een groot verlies hebt meegemaakt, een stichting oprichten om dat verlies meer aandacht te geven in de samenleving. Bijvoorbeeld de Stichting Lost a Child, of Stille Levens.

Het meemaken van een ingrijpend verlies kan je hele oriëntatie op het leven veranderen. Dan zie je pas hoe armzalig het gesteld is in onze samenleving in het omgaan met de dood. Logisch dat je daar iets aan wilt doen; en anderen je eenzaamheid en isolement besparen.

Met deze keuze van de jury ben ik blij. Blij voor een groep jongeren die wel een extra zetje kan gebruiken. En blij voor de samenleving als geheel. Want als jongeren de dood en rouw serieus gaan nemen boeken we een enorme winst. Dan komen we dichter bij een doodvriendelijke samenleving, zoals Bureau Morbidee dat noemt: een samenleving waarin we in rust en acceptatie van de dood kunnen leven. Het is tenslotte de enige zekerheid die we hebben.

In haar bedanktoespraak bij de uitreiking zei oprichtster Gertie Mooren hoe belangrijk het ook voor haar was om te durven uitspreken dat ze verdriet had, of zich kwetsbaar voelde. Het bekende ‘niet lullen maar poetsen’ en ‘je gaat gewoon dóór’ had ook haar in zijn greep gehad. Maar gelukkig durfde zij de stilte te doorbreken.

Het verhaal is intussen wel bekend. In de afgelopen eeuwen is de dood steeds verder uit het leven weggeduwd. Ouders die het besef van sterfelijkheid nog van hun ouders kregen, verloren het onderweg en gaven het niet meer door aan hun kinderen. Zodat er een soort doods-analfabetisme ontstond. Niemand wist eigenlijk meer hoe het moest, sterven, afscheid nemen, afhechten voor zover het ging, en gaan. En niemand wist hoe je nou die rouw goed in je leven moest meenemen.

Vooral bij de dood is dat ernstig. Daar heerst de ‘samenzwering van de stilte’, een uitdrukking van Kathryn Mannix. ‘Als jij er niet over begint, doe ik het ook niet.’ En dan hoeven we dat ingewikkelde gesprek over doodgaan en achterblijven niet te voeren. We zien wel. Als het zover is. Maar als je niet geoefend hebt voor zoiets belangrijks als de dood, hoe wil je het dan doen als het erop aankomt?

Daar komt nu een kentering in. Oude wijsheid, zoals ‘Soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten’ komt terug, bijvoorbeeld in de pleidooien van Sander de Hosson om veel meer aandacht aan palliatieve zorg te besteden in de opleidingen van artsen. Altijd troosten, een opdracht voor artsen, maar net zo goed voor gewone mensen.

De jongeren van Mijn masker af gaan hun leeftijdsgenoten opzoeken en bemoedigen. Er komen dus jonge mensen bij die leren hoe je een groot verlies kunt herbergen in je leven. En hoe je sterk kunt zijn in je kwetsbaarheid. Geen masker meer nodig.

Stel dat deze jonge mensen straks kinderen krijgen. En dat zij hun kinderen opvoeden tot doodvaardige mensen die geen masker nodig hebben. En dat de kinderen dat ook weer doen met hun kinderen. Wat een sterke, veerkrachtige mensen komen er dan in de wereld.

Daarom is het zo mooi dat deze prijs gaat naar jonge mensen die allemaal op hun eigen manier en allemaal met hun eigen verhaal gaan bijdragen aan een samenleving die de dood kan herbergen en het leven kan verrijken.

Van harte gefeliciteerd, Nederland, met deze geweldige mensen.

Geef een reactie