Niet Reanimeren: afscheid van de commandostructuur?

Op de website van Medisch contact staat een interessante blog over de Niet-Reanimeren verklaring. Omdat ik geen lid ben van een beroepsvereniging en dus niet kan reageren op het blog, schrijf ik mijn reactie hier.

Geachte heer Bosch,

Dank u voor uw vraag. Ik ben er blij mee. Sinds mijn moeder is overleden met meer lijden dan nodig was, (hier leest u haar verhaal) loop ik rond met de vraag of ik een NR-penning zal regelen of niet, precies vanwege het probleem dat u in uw artikel benoemt. U noemt de situatie een ‘verbodssfeer’, ik zie eerder een ‘commandosfeer’. GZRT (Gij zult reanimeren tenzij) tegen NR (niet reanimeren). Hard tegen hard. Met een NR-verklaring voel ik me gewapend tegen reflexmatig reanimerend handelen mocht ik ernstig gewond op de Spoedeisende Hulp terecht komen. Maar ik wil niet gewapend hoeven zijn. Wel wil ik artsen aanwijzingen geven wat te doen als ze mij dodelijk gewond of ernstig ziek aantreffen.

Een einde aan de commandostructuur
Zoals ik het zie, is het niet de negatieve term die de ‘pijn’ veroorzaakt, maar de harde commandostructuur. Zo bekeken is de oplossing voor minder acute situaties volgens mij niet een positief commando, maar verzachting van de communicatie. En die communicatie zou er idealiter toe moeten leiden dat in wèl acute situaties duidelijk is wat u en uw collega’s moeten doen. Op de SEH is Shared Decision Making niet meer mogelijk, maar daarvoor wel; en juist als er in andere contexten niet over de dood gepraat kan worden, wordt het in acute situaties zo moeilijk om beslissingen te nemen.

U beschrijft de gewenste situatie ‘dat van iedere patiënt bekend is wat hij of zij wil’. Die situatie verkrijgt al meer perspectief als je deze herschrijft tot ‘de situatie dat iedere arts (weet hoe hij of zij) met patiënten in gesprek gaat over behandelwensen in levensbedreigende situaties en rond het levenseinde’. En nog meer perspectief als de stille onbekende in de vergelijking komt: de dood. Volgens mij wilt u naar een situatie dat iedere arts (weet hoe hij of zij) met patiënten in gesprek gaat over behandelwensen in ernstig levensbedreigende situaties, inclusief de dood. Ik in elk geval wel.

U kiest als vehikel om die situatie te bereiken een positief commando: Natuurlijk Overlijden Toegestaan. Die kan in uw medische context het probleem kanaliseren, en ik zie het voordeel boven Niet Reanimeren, maar volgens mij is er meer nodig om die situatie te bereiken. Bij u en uw collega’s en bij mij en alle patiënten. En dat kunt u bereiken door al veel eerder in gesprek te gaan over opties rond calamiteiten. Als er geen spanning op staat. En als elke patiënt eerst als mens, familielid, partner, vriend(in) de tijd krijgt om te bepalen of en zo ja, in welke mate medisch ingrijpen rond het levenseinde of bij gezondheidsincidenten gewenst is.

Mijn lichaam is geen slagveld
Voor mij is de vraag: onder welke voorwaarden durf ik mij over te geven aan de zorg van artsen op de Spoedeisende hulp? Wat heb ik nodig om mijzelf over te geven zonder de angst dat mijn lichaam, net als dat van mijn moeder, een slagveld wordt waar een arts zijn of haar gevecht tegen de dood uitvecht? Met andere woorden: hoe bepaal ik of ik een arts tref die niet vecht tegen de dood, maar die het lef heeft om mijn hoofd in zijn of haar armen te nemen en mij te helpen sterven als dat nodig is? Als een positief commando daarvoor zou helpen, tekende ik ervoor. Dus ik denk graag mee, al weet ik nu nog geen afkorting die in de behoefte kan voorzien.

Niet bang voor de dood
Maar stel dat ik ‘in uw handen val’ op de Spoedeisende Hulp, dan is voor mij het belangrijkste dat u niet bang bent voor de dood. Dat u in het reine bent met uw eigen dood; en de krampachtigheid in het spreken over al dan niet reanimeren voorbij. Dat laat zich niet communiceren met een embleem op uw jas (zoiets als ‘doodaccepterende arts’ hoewel dat al een goed begin zou kunnen zijn, en in elk geval voor meer interne discussie kan zorgen), dat blijkt uit uw bereidheid om het woord dood in de mond te nemen, en, als het zover is en er is geen naaste die mij gerust kan stellen en mij kan laten sterven, dat u dat doet. Niet alleen als ik u daartoe dwing met een NRverklaring, maar per definitie.

In de tussentijd zal ik zorgen dat in mijn patiëntendossier duidelijk staat dat ik niet bang ben voor de dood, maar wel voor een gewelddadige reanimatie die mij beschadigd en pijnovergoten verder doet leven tot de (onvermijdelijke) dood er alsnog op volgt.

Hoogachtend,
Carola Kruijswijk

Naschrift

Een ouderenarts becommentarieerde de discussie op een andere manier: hij gaat met ouderen in gesprek over de kwaliteit van hun leven en heeft de vraag naar reanimeren anders geformuleerd.

In het ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede gaan artsen het ook op een uitgebreider manier aanpakken.

In een uitwisseling op twitter kreeg ik onder meer deze bron aangereikt, geschreven door een arts-onderzoeker, met als belangrijkste vraag: “Why do we physicians choose to pursue such aggressive treatment for our patients when we wouldn’t choose it for ourselves?” Ik weet het antwoord niet. Misschien is het giftige monsterverbond tussen patiënten en artsen dat ik beschreef in het blog over het sterfbed van mijn moeder wel groter dan ik tot nu toe dacht. Heb je gedachten hierover? Deel ze dan hieronder. Dankjewel.

Comments are closed.

2 Responses

  1. Annemieke says:

    Dank Carola, voor deze heldere brief. We leven in een land waar euthanasie uit de taboesfeer lijkt te komen, maar hebben inderdaad nog angst om ons einde als we in het ziekenhuis belanden.
    WE, Waardig Einde, is iets dat vanzelfsprekend zou mogen zijn. Maar artsen hebben natuurlijk geleerd om ons in leven te houden en vragen zich wellicht te weinig af of dat nog wenselijk is.

    • Carola Kruijswijk says:

      Dankjewel voor je reactie, Annemieke. Als ik de columns en boeken van Bert Keizer lees, denk ik inderdaad dat er werk aan de winkel is bij artsen. En dat werk wordt gedaan, gezien de recente discussies over overbehandeling en een waardig levenseinde. En tegelijkertijd zie ik dat vanuit patiënten (of burgers, of gewone mensen) een heel hoge verwachting op artsen wordt geprojecteerd, vooral als het gaat om in leven gehouden te worden. Ik denk dat het dus van beide kanten bespreekbaar moet zijn. Of nog beter: tussen patiënten en artsen, tussen gewone mensen onderling en tussen artsen onderling.