Machteloosheid: routebeschrijvingen naar compassie

Subjectief verslag van een symposium van hospice Issoria op 11 oktober 2017

Vier verhalen over één en dezelfde bewoonster van een hospice. Ze is binnengekomen vanuit een crisissituatie. Nu ze bijna doodgaat, confronteert ze arts, verpleegkundige, geestelijk verzorger en vrijwilliger met zichzelf. Alle vier vertellen ze hoe ze die confrontatie verkennen; hun primaire reactie onder ogen zien, hun reactie onderzoeken of heroverwegen, en hoe ze onder het gedrag van deze bewoonster zoeken naar behoeften waarop zij kunnen aansluiten.
Je kunt het verhaal ook grofmaziger vertellen. En gewag maken van stank, kinderlijke aanhankelijkheid naast kinderlijke paniek, seksueel grensoverschrijdend gedrag naast extreme schaamte, de weigering om in contact te treden naast het aanklampen om niet meer los te laten; een wereld aan tegenstrijdige boodschappen. Het frappante is dat ze dat alle vier doen, maar ingebed in hun aandachtige houding. Ingebed in het besef dat zij hiermee te dealen hebben en dat hier bij uitstek respect van hen gevraagd wordt.
Je kunt het verhaal ook objectiverender vertellen. En je toevlucht zoeken tot diagnostische taal, jargon en repressieve maatregelen. Dat verhaal heeft hier geen bestaansrecht.

Ontreddering

In het vervolg van de avond krijgen we de theorie over stressreacties te zien: vechten, vluchten, verstarren en bevriezen. En de vraag is: wat is jouw reactie, hoe ziet die reactie eruit, en hoe ont-vecht, ont-vlucht, ont-star, ont-vries je weer?
Ik probeer het me voor te stellen, ik zoek een verhaalelement dat mij in een stressreactie zet.
Ik zit aan het bed, mevrouw heeft haar hand om de mijne gekneld. Ik ben omgeven door de doordringende stank van haar voortschrijdende ziekte, en ik wil er uit, maar ik kan ook die hand niet loslaten, omdat het zo overduidelijk is dat het kleine bange meisje in deze vrouw mijn hand als reddingsboei heeft vastgegrepen. Ik zie de paniek in haar ogen.
Maar die stank! En de aftakeling!
Ik voel schaamte over mijn eigen afkeer.
Ik verstar.
Het woord ‘ontreddering’ valt. Dat is het. Ontreddering.

Transformatie

Omgaan met machteloosheid is een weg van confrontatie. Maar ook een weg van acceptatie. Erkenning dat je met lege handen staat. Mijn oefening gaat verder met de erkenning van mijn machteloosheid, omdat iets of iemand me afkeer inboezemt terwijl ik ook voor haar wil zorgen. Wat een ontreddering. Ik stuit op oud zeer: dingen móeten terwijl ze me afkeer inboezemen ‘omdat God dat van mij vraagt’, terwijl ik voel dat het niet God is, maar mijn moeder die er zelf geen zin in heeft. Of het zelf niet aankan en de woorden niet heeft. Aha!
Ik denk aan wat de Boeddha zegt: je kunt iets pas veranderen als je het eerst volledig omarmt. Omarm je machteloosheid! Het lijkt een goedkope leus uit een bewustwordingscampagne. Ga er maar aan staan.
Maar in het verloop van de avond blijkt dat te lukken. Niet weglopen voor die gevoelens, maar het vluchten, vechten, bevriezen of verstarren laten zijn wat het is: afweer. Is daar iets op te vinden? Delen van de gevoelens bij die afweer helpt. Op een andere manier uiting geven aan die gevoelens helpt. Tekenen helpt mij, zegt mijn buurvrouw met wie ik het bespreek. Of naar rustige muziek luisteren om eerst te kalmeren.
En ik doe wat mij helpt in een situatie van machteloosheid en afkeer. Ik verplaats me in degene die in mij afkeer oproept. Wat als het mij overkomt?

Vaste grond

Als ik probeer mezelf te verplaatsen in de bewoonster voel ik langzaam vaste grond onder mijn voeten komen. Als ik zo in de war zou raken als deze bewoonster, zo zou lijden, zo eenzaam en bang zou worden als zij, wat zou ik dan gelukkig zijn met de zorg van deze vier mensen en het team om hen heen. Ik zou misschien niet eens beseffen wat ik in hun ervarings- en denkwereld aanrichtte. Ik zou misschien niet eens in staat zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn aandeel in de situatie, zoals mijn vier verzorgers dat deden. Ik zou misschien mijn geluk niet eens herkennen. Zo beneveld zou ik zijn door wanhoop, paniek, pijn, jeuk, stank en reddeloosheid. Wanhoop die me niet verlaat.
Als ik aan mijzelf denk ik die situatie, kan ik weer bij mijn eigen compassie komen. Ik kan wensen dat ik, mocht ik ooit in die situatie komen, kan rekenen op de compassie van anderen, die hun afkeer onder ogen durven zien, hun oud zeer kunnen helen, hun ‘ruis’ tot rust kunnen brengen en bij me zijn tot het einde. Het is een thema dat me vaker bezighoudt. En dan voel ik dat ik compassie kan ervaren met iemand die er zo aan toe is als ik in mijn voorstellingsoefening.

Routebeschrijvingen naar compassie

We worden gekoesterd door sonore trompetmuziek. Van André Heuvelman, die vertelt hoe hij zijn eigen route naar compassie heeft gevonden. Er zijn zoveel manieren om met machteloosheid om te gaan, zoveel als er helpers zijn. Allemaal zijn het routebeschrijvingen om op het kruispunt van stressreacties de afslag naar compassie te nemen. ‘Vind je eigen routebeschrijving’, is de boodschap. Wat mooi dat hier mensen zijn die hun routebeschrijvingen delen, zodat het zorgen voor een mens in nood geen eenzame tocht hoeft te zijn.

Het symposium werd georganiseerd naar aanleiding van een onderzoek over machteloosheid vanuit de Universiteit voor Humanistiek.
Het onderzoeksverslag, onder redactie van Jacinta van Harteveld, Anne Goossensen en Hans van der Graaf, Holimozus, Nee! is te hier te verkrijgen.

Geef een reactie