Levenskunst

Levenskunst

In de derde week van maart was het weer campagneweek van Bureau Morbidee, het bureau voor mensen die streven naar een doodvriendelijke samenleving. “Zeg het nu!” was het motto. Want nu kan het. Grijp je kans.

Voor mij is dat een extra indringend motto.

Mijn vader stierf onverwachts, aan een hartinfarct tijdens een schaakwedstrijd. Toen hij van huis ging, zat mijn moeder op haar studeerkamer te werken. Mijn vader riep naar haar dat hij wegging, mijn moeder riep iets als ‘prettige avond’ terug. Dat was, zonder dat ze het beseften, hun definitieve afscheid.

Mijn vader viel voorover op het schaakbord. Een klein wondje op zijn voorhoofd, waar hij in zijn val een loper had geraakt, was een ontroerend kwetsbaar signaal van zijn val. Zo toevallig. Zo tussen zet en tegenzet in kan het leven je verlaten. Zo terloops kan het gaan.

Door dit besef zeggen mijn man en ik elkaar altijd gedag, ook als één van ons even boodschappen gaat doen. We sluiten geen dag af zonder even samen te zijn. Niet omdat we bang zijn om elkaar te verliezen, want we weten dat dat ooit zal gebeuren. Maar omdat we elkaar niet achteloos willen verliezen. Omdat het laatste wat we tegen elkaar zeggen altijd vergezeld is gegaan van een liefdesverklaring. Ook als we op dat moment nog niet beseffen dat het de laatste keer is.

Juist het besef dat dit niet altijd blijft, geeft extra intensiteit aan ons leven samen. Dat is op een bepaalde manier hard werken. Ruzies bijleggen, ongelijk toegeven, zacht worden, o, wat kost dat een toewijding. En positief gezegd: koesteren wat ik heb, omdat het koestering waard is. Niets aan de achteloosheid overlaten, dat is mijn alledaagse levenskunst.

Geef een reactie