Koningskinderen: recensie van een must read

Koningskinderen
Over ongewenste kinderloosheid, verlies en alsnog het geluk ervaren
Door Ingrid van der Kuil

Deze wachtweken zijn wat mij betreft het moeilijkste van de hele IVF-behandeling. Ik vond de punctie en de terugplaatsing nog wel meevallen, maar nu heb ik het gevoel dat ik mijn hoofd niet meer koel kan houden. Er zit niets anders op dan ‘rustig’ te wachten en de dagen af te strepen. (pag. 58)

Dit citaat is wat mij betreft de kern van alle emoties die Ingrid van der Kuil in haar boek beschrijft.
Er gebeurt veel in de vijf jaar die het boek omspant. Wachten en hopen, afgewisseld met strak geplande acties, dagelijkse injecties en pillen in een steeds wisselende combinatie, waakzaamheid op spoortjes bloed of krampjes die een miskraam zouden kunnen aankondigen, en snel reageren op diagnoses die heel anders blijken te zijn dan verwacht. Tot een ongeplande en dus onverdoofde punctie toe. De tekst vlamt van schrik en pijn. Maar binnen vijf zinnen is Ingrid weer bij het besef waar ze het allemaal voor doet. Moeder worden. En haar man vader maken. Kussengevechten in de slaapkamer met kinderen die verhinderen dat je dan nog uit kunt slapen. Maar wat zou dat!

Het boek geeft een doorkijkje naar de intensiteit van een kinderwens, en beschrijft zonder terughoudendheid de moeilijke momenten. Tussen de dikke buiken in de wachtkamer zitten, met een dreigende overstimulatie moeten wachten op de gynaecoloog omdat er twee andere bevallingen tussendoor komen, halfnaakt op de onderzoekstafel liggen terwijl de arts doodleuk over een andere medicatie begint. Precies de ervaringen die zo moedeloos stemmen als er weer een miskraam, weer een mislukking op Ingrids lijstje bijkomt. En ook dat beschrijft Ingrid toegankelijk en eerlijk.

Door alles heen ademt de onzekerheid. Wat zal het opleveren? Hoe lang kan ik wachten met een zwangerschapstest? Hoe moet het met ons verder als er geen kinderen komen? Geen wonder dat de mogelijkheid om een kind te adopteren wat lucht lijkt te brengen. De uitkomst van een adoptietraject staat immers wèl vast.

Maar het lot beslist anders. Als een behandeling aanslaat en de tweelingen Vera en Lars geboren worden, is er ook een moeder geboren. Een moeder die haar kinderen direct moet afstaan. En weer is er dat intense verdriet. De bladzijden waarin Ingrid haar rituelen beschrijft, de sterren en vlinders die ze ziet, het nachthemd van de bevalling dat ze koestert en de ring met twee diamantjes die ze van haar man krijgt, behoren voor mij tot de mooiste van het boek. Alles wat ze doet, alles wat ze kan doen, om die twee sterretjes een plaats in haar leven te geven.

Wat een geluk als er uiteindelijk een onverwachte zwangerschap ontstaat.
En wat een geluk als er uiteindelijk twee gezonde jongens Van der Kuil op de wereld rondstappen. De sterretjes van hun grote zus en grote broer staan op het geboortekaartje.

Het had ook zo anders kunnen gaan. Ingrid beseft het voluit. Het derde deel van het boek, over het geluk, is veel terughoudender geschreven dan de eerste twee, eenvoudigweg omdat Ingrid weet hoe hard het is om als wensouder geconfronteerd te worden met een zwangere lotgenote.

Dat ze dit boek heeft geschreven is dan ook voortgekomen uit haar wens dat iedereen  die in zo’n moeilijke situatie zit, een boek kan lezen dat herkenning, troost en steun biedt. Een wegwijzer voor onderweg, een hulp in die vreselijke wachtweken en een steun voor mensen net als zij, met een kinderwens die niet zomaar in vervulling gaat.

Het boek Koningskinderen vind je hier.

Comments are closed.