Het Bezinningshuis

Jaren geleden fantaseerden mijn zus en ik over een zingevingshotel. Het was in de tijd dat de kerken hun onroerend goed van de hand deden voor een euro en een goed idee. Wat zou het geweldig zijn om mensen te ontvangen die niet zomaar even ‘er tussenuit wilden’ maar zochten naar een plek om op veilige grond te staan, hun sterfelijkheid aan te kijken en dan hun weg te vervolgen. Rijker, doorleefder, lichter. Ideeën hadden we te over. Energie om te voldoen aan de voorschriften, die ons de euro’s voor ons idee zouden opleveren, niet.

Soms moet je je dromen aanpassen aan je talenten. Verkopen en geld maken zijn dat niet. Ons plan kreeg geen muren en geen dak. Mijn zus ging verder met mooie tentoonstellingen maken en ik met rituelen. Maar we lieten op onze manier open plekken vallen in dichtgetimmerde levens, maakten we ademruimte in verdriet en hielpen mensen hun weg vervolgen. Rijker, doorleefder, lichter.

Toen las ik over het Bezinningshuis in Den Dolder. Geen hotel, maar wel een open plek van bezinning. Ruimte voor verkenning van je mens zijn, en dus sterfelijk zijn. Den Dolder, voor mij een plaats van anti-psychiatrische experimenten en anti-autoritair idealisme. Wat een prachtplek om het daar over kwetsbaarheid en sterfelijkheid te hebben.

Ik wil wel meemaken hoe ik mijn sterfelijkheid in het Bezinningshuis kan aankijken. En dat kan, er is een bijeenkomst van het Landelijk Expertisecentrum Sterven op 2 februari. Ik ga ernaartoe en vraag mijn schoonzus mee. Zij is ook uit bezinningshout gesneden, en waar zij open plekken laat vallen is altijd ruimte voor een lach. We zijn te gast bij Hilda en Robin, de initiatiefnemers van het Bezinningshuis, en samen met Ineke Koedam, initiatiefneemster van het Landelijk Expertisecentrum Sterven.

Een verrassing in het verhaal van Robin is de wending die het ontstaan van het Bezinningshuis nam toen de voorwaarden om aan de euro’s te komen een doel op zichzelf dreigden te worden. Toen zijn Hilda en Robin ‘gewoon begonnen´. En vanaf dat moment stroomde de energie. Andere energie dan die van ‘aantal klanten’ en ‘aantal verkochte producten’. Energie van overvloed die alle details erkent en viert. We lopen rond door ruimten, gevuld met gekregen meubelen, toegeschoven tijdschriften, uit overvloed geschonken materialen. Elke ruimte een eigen kleur en klank. Het kan, het wordt een eenheid omdat het niet is dichtgetimmerd en omdat de energie vrijelijk kan vloeien. Zo kan het dus ook.

We delen ervaringen met ‘bezinning’ in kleine kring. Bezinning leidt je naar de ruimte voorbij het oordeel, waar je op adem komt en lucht krijgt om opnieuw te beginnen. We delen wat we geleerd hebben, vooral van fouten, van verkeerde inschattingen, van te snel invullen voor een ander. En heus vanuit de beste bedoelingen. Een wonder dat er zulke gesprekken kunnen ontstaan wanneer je je eenmaal veilig voelt als stervelingen onder elkaar.

Ik wens Hilda en Robin alle energie en overvloed die het Bezinningshuis open kan houden. En als je levenseinde dichterbij komt, in tijd of in ervaring: ga naar het Bezinningshuis. Een open plek met muren, een dak en een open deur. Waar veilige grond is om op te staan, je sterfelijkheid aan te kijken en dan je weg te vervolgen. Rijker, doorleefder, lichter.

De foto komt uit het filmpje dat Hilda en Robin hebben laten maken. Je vindt het filmpje hier.

Geef een reactie