Generositeit in tijden van Parkinson

Recensie van Michael Kinsley: Old Age. A Beginner’s Guide. London, Rider, 2017

Verrassing
Old Age. A Beginner’s Guide is een verrassing zoals je die soms in de schoot geworpen krijgt.
De auteur, Michael Kinsley, is al jong gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson en vertelt hoe het is om te leren leven met het vooruitzicht van blijvend ziek zijn en een zekere dood. Tussen de regels rijst een beeld van hem op: humoristisch, relativerend, laissez-faire als het gaat om moralisme, en vooral: door en door empathisch. En dat is bijzonder, want in veel boeken over ‘hoe ik gediagnosticeerd werd en met mijn diagnose doorleefde’ loopt de auteur mij voor de voeten en ergert mij met emoties die mij eerder tot therapeut of voyeur lijken te willen maken dan tot geïnteresseerde lezer. Deze auteur zwaait steeds met een joyeus gebaar de deur naar een grotere ruimte open en laat je als lezer voorgaan.

Wat wil je bereikt hebben?
De hoofdlijn van het boek is een relatief eenvoudige vraag. Wat wil je in de laatste fase van je leven bereikt hebben, wat wil je geoogst hebben, wat wil je achterlaten? Vragen die zich opdringen als je hoort dat je een slopende ziekte onder de leden hebt. Je kunt ze tijdelijk van je lijf houden, maar er komt een moment dat je eraan moet geloven. En dan kun je er maar beter aan geloven.

De eerste drie opties serveert hij met meer of minder omwegen af.
Living large (het materialisme waarvan babyboomers zo gemakkelijk beschuldigd worden) voldoet niet als zinvolle oogst, want een doodshemd heeft geen zakken.
Living long (het naïeve idee dat oud-worden-zonder-meer nastrevenswaardig is) evenmin. Je zult de laatste jaren van je leven maar doorbrengen in die staat die steeds wordt opgevoerd in de voltooid leven-discussie: een schim van je oude zelf, achter de tv zonder maar door te hebben dat die tv aan staat.
Living lucid dan. Dat je helder bent tot je dood. Kies je dat, dan moet je waarschijnlijk concessies doen aan living long, want je kunt niet alles hebben. Dit maakt Kinsley indringend duidelijk aan de hand van zijn ervaringen met de tests die hij ondergaat om zijn cognitieve achteruitgang in kaart te brengen. Zeer persoonlijke, maar nergens larmoyante, beschrijvingen levert dat op, met hier en daar een ironische uitsmijter die me als lezer weer even op mijn eigen poten zet.

“I was around fifty when I went public about having Parkinson’s, and the effect was more like turning sixty. (…) But sixty is about the age when people stop being surprised if you look old or feel sick or drop dead. (It’s another decade or so before they stop pretending to be surprised).”

Hoe wil je herinnerd worden?
Wat dan? Uiteindelijk pleit hij voor reputation. Dat is natuurlijk niet nieuw, maar de manier waarop Kinsley het geheel weergeeft is verfrissend. Noties van onsterfelijkheid komen aan de orde (met de hilarische vormen die dat kan aannemen als twee firma’s beide hun naam willen verbinden aan een grote concerthal en elkaar met miljoenen dollars overbieden om hun naam eraan verbonden te krijgen: ‘So much for immortality’).
De aandacht verschuift van persoonlijke en competitieve verworvenheden naar een groter geheel. Hoe wil je eigenlijk herinnerd worden? Reputation komt in het kort neer op ‘laat de wereld beter achter dan je haar hebt aangetroffen’. Als je dan moet gaan – en wie moet dat uiteindelijk niet – doe het dan gracieus en geef de volgende generaties stevige grond onder de voeten.

In de ruimte

Vooral dat laatste pleidooi zette me in een grote ruimte, die misschien nog wel te groot voor mij is. Om zo te gaan, zonder wrok, doorleefd, ruimhartig en met oog voor een groter geheel. Life is not fair. Maar je kunt wel bijdragen aan een wereld die een ‘fairer’ gezicht heeft voor de generaties na jou.
Kinsley maakt het je met zijn stijl en vaart niet moeilijk om in hem je meerdere te erkennen.
Ik denk dat ik niet de enige ben die dat heeft ervaren.

In dying gracefully vind je een vervolg van mijn gedachten over generositeit in de laatste levensfase.

Geef een reactie