Gedicht: Tot besluit

Wat is hier mooi aan?
De roemloze gewoonheid. Veroordeeld tot de Vinexwijk en tot de snuggere hoop die het leven daar leefbaar moet houden. Er is geen ontsnappen meer aan, zelfs niet met poëzie.

Wie zegt dat we bestaan?
In het gedicht is het nog ‘inkt van niks’. Nu maken de meeste mensen thuis scans en screenshots en delen ze on line foto’s van hun straat die op een straat wil lijken.
Iets nieuws zeggen, helpt dat? Licht. Hemel. Liefde. Ziekte. Dood. De grote woorden. Kun je die keffen?

En zachtjes hoor ik Slauerhoff: “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.” Maar die zat dan ook op zee – en aan land nam hij genoegen met een graf. De ik heeft alleen een straat die op een straat lijkt.

Ik hoop niet dat de ik op Facebook zit. Met het droeve ‘deel dit als jij dit ook vindt’. Zodat zijn hele tijdlijn ineens volstaat met hetzelfde bericht. Gedeeld en gedeeld en gedeeld.
En dan zie ik mijn eigen tijdlijn.

Je bent zelf een copyrette.

TOT BESLUIT

Ik ken de droefenis van copyrettes,
van holle mannen met vergeelde kranten,
bebrilde moeders met verhuisberichten,

de geur van briefpapieren, bankafschriften,
belastingformulieren, huurcontracten,
die inkt van niks die zegt dat we bestaan.

En ik zag Vinexwijken, pril en doods,
waar mensen roemloos mensen willen lijken,
de straat haast vlekkeloos een straat nabootst.

Wie kopiëren ze? Wie kopieer
ik zelf? Vader, moeder, wereld, DNA,
daar sta je met je stralend eigen naam,

je hoofd vol snugger afgekeken hoop
op rust, promotie, kroost en bankbiljetten.
En ik, die keffend in mijn canto’s woon,

had ik maar iets nieuws, iets nieuws te zeggen.
Licht. Hemel. Liefde. Ziekte. Dood.
Ik ken de droefenis van copyrettes.

Menno Wigman
uit: Dit is mijn dag. Prometheus, Amsterdam, 2004

Meer gecichten over sterven, afscheid nemen en de loop van het leven vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Comments are closed.