Gedicht: Tijdstip

Wat is hier mooi aan? De tangconstructie, de omsluiting van de eerste en laatste zinnen. Als een sandwich van verbazing rond het beleg vol verbazing, niet-weten-wat-je-overkomt en tranen. Geen woorden om te uiten wat er gebeurt, maar holle ogen vol verbazing, en tranen, toen, en toen weer, en nu nog. De geleefde ervaring die zich niet laat vangen in de taal maar zich een natte weg naar buiten baant. De taal die niet verder komt dan een constatering die je kunt herhalen om er iets van te maken dat in de buurt komt. Maar niet verder dan in de buurt.

De ongelijktijdigheid. Het tijdstip waarop je voelt dat je moet huilen maar niet kunt.
Het tijdstip waarop je voelt dat je mag huilen, maar niet hoeft. En het is zo voorbij.

Ik maak het zo vaak mee bij naasten in de week tussen overlijden en uitvaart: de momenten waarop ze hun huilen inhouden omdat ik daar zit om de dingen te regelen en dan komt het zo slecht uit dat ze de tijd ‘verdoen’ met huilen. Of ‘sorry’ zeggen als ze volschieten, ‘sorry, sorry’. Terwijl dat het tijdstip is om te huilen, het lichaam geeft het zo duidelijk aan.
Maar, denk ik vaak, misschien klopt het ook, horen die tranen bij het samenzijn op dat ziekenhuisbed, bij de baar, zonder de vreemde ogen van iemand die de dingen komt regelen. En ik hoop dat ze later hun tranen vrij baan durven geven.
Menselijk, zo menselijk.

Tijdstip

De dood komt altijd te vroeg
of laat te lang op zich wachten

Op je begrafenis heb ik niet gehuild
het is maar zijn lichaam dacht ik
maar daarvoor
nog gestrand op je ziekenhuisbed
je holle ogen even verbaasd als de mijne
tranen met tuiten toen
en veel later ook
en nu nog

De dood komt altijd te vroeg
en laat te lang op zich wachten.

Nicolas Ouwehand
In: Laatste zintuig. Dichters en denkers over dood en rouw
Katholieke Bijbelstichting ’s Hertogenbosch, 2003

Meer gedichten over sterven, afscheid nemen en verder gaan vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Geef een reactie