Gedicht: Tijd – voor Allerzielen

Dit gedicht werd voorgelezen door een weduwe in een uitvaart die ik verzorgde. Met haar man had ze veel gewandeld en het wandelen was een belangrijk thema in de uitvaart. Na het voorlezen zette zij de wandelschoenen van haar overleden man op zijn kist. Een sterk, en tegelijk schrijnend kwetsbaar gebaar. Afscheid van hun wandelingen, een onbekende toekomst in. De verwarring lichtte op uit de tekst.

De tijd is zo ongrijpbaar en de verwarring over wat tijd met ons doet zo groot. Je wilt van alles plannen en in beheer nemen, maar het ontglipt je. En komt terug, onherkenbaar.
Als het om de dood gaat, wie kan er dan wel de tijd lezen?

Tijd

Dat je je voorneemt om zes
uur wakker te worden, en
om twee uur wakker wordt,
om drie uur, ziet dat het nog
lang niet zes uur is, opeens
acht uur nee negen.

Je nieuwe mensen nieuw ziet
doen, niet weten en wel willen
weten, als weten dat nog niet
vergeten in weten zit dat zit,
de dis verteert van is en
zal toch zeker.

Dat rimpels in het vel van wie
je liefhebt mooier vouwen ook
dan die van jou, hoezeer ze
lachen naar elkaar. Een kind
een duur horloge mag, voor
het de tijd kan lezen.

Zullen we een eind gaan wandelen?
Waar naartoe?
Nergens naartoe. En dan terug
naar waar we begonnen.

Joke van Leeuwen
Uit: wuif de mussen uit. Gedichten en beelden.
Querido, Amsterdam. 2007

Meer gedichten over sterven, afscheid nemen en verder gaan vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Geef een reactie