Gedicht: Rath & Doodeheefver

Rath & Doodeheefver

Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.

Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

Gerrit Achterberg,
Uit:Sneeuwwitje
Uitgeverij Querido, Amsterdam, 1949

Meer gedichten over sterven, afscheid nemen en verder gaan vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Geef een reactie