Gedicht: Kaddisj

Dit gedicht is qua taalgebruik niet zo toegankelijk, maar ik heb het dan ook gekozen voor de gedachte.

Die gedachte is tegenstrijdig in een wereld die stelt dat ‘rouw zo persoonlijk is als je vingerafdruk’. Soms, voel ik, is het goed om mijn eigen persoonlijke vingerafdruk even te laten voor wat hij is. En me over te geven aan iets dat groter is dan ik, dat mijn kleinheid in de ruimte zet en mij verlost van mijn allerindividueelste emotie.

Ik weet het wel. Ik sta in een lijn van lotgenoten. Laat dat dan maar even genoeg zijn. Doen wat zij doen, zeggen wat zij zeggen. Omdat het zijn kracht bewezen heeft.
De troost van een beproefde vorm.
Al hoeft dat geen religieuze vorm te zijn. Misschien kunnen we niet meer terug en is dit gedicht een monument van heimwee.

KADDISJ

Kon je kaddisj zeggen, zou je loven.
Het klagen is ons naderbij, maar zij
met hun oude boek hun rouw van eeuwen
prijzen het oordeel dat het juist is,
voor hen de verzoening, geen vuist.
Hadden wij hun woorden. Niet
ik ben vergeten wat geluk is
huilden we, niet stortten wij
ons hart uit als water, wachten
zouden we in stilte en luidkeels
goedertieren zeggen, goedertieren –

Marjoleine de Vos
Uit: Kat van Sneeuw. Van Oorschot, Amsterdam, 2003

Voor het maken van de foto van het gebed met gebedssjaal was ik hartelijk welkom in de Synagoge van de Liberaal Joodse gemeente in Den Haag. Dit blog is dus tot stand gekomen met dank aan de gastvrijheid van de rabbijn, Marianne van Praag.

Jakob van Wielink stuurde me een link naar het gezongen Kaddisj van Ravel.

Meer gedichten in dit thema vind je bij Gedichten over sterven, afscheid en verder gaan.

Comments are closed.