Gedicht: halte halverwege

Wat is hier mooi aan?
De vanzelfsprekendheid waarmee kinderen naar de dood kijken. Soms hebben ze voor zichzelf een probleem opgelost voordat je het als volwassene in de gaten hebt. Als ik het in mijn praktijk tegenkom ben ik steeds weer geraakt door de souplesse waarmee kinderen beelden, feiten en ervaringen tot een werkbaar geheel weten te maken.

Lees het en verbaas je over de vanzelfsprekendheid. De hemel als een diepe kelder, of een metrotunnel waar alle mensen die zijn weggegaan in de metro zitten.
Zo gaat dat dus: maak een tussenhalte tussen jou en je vader – en je kunt fatsoenlijk afscheid nemen.

Halte halverwege

Er ging op een dag een vader dood.
Hij was van mij en hij viel zomaar
ineens de rand van het leven af.

Ik keek voorzichtig het donkere gat
van de kelder in en zag dat hij nergens
lag; dat kwam omdat het daar te diep is

om te zien wat vaders doen als ze eenmaal
op zichzelf zijn gaan wonen in het huis
dat hemel heet. De hemel, dacht ik eerst,

was hoog in de lucht, maar hij is ergens
beneden, trap af, nog ónder de kelder waar
papa’s spullen zich in dozen bewaren.

Lager kan ik niet, maar ik heb geen haast
en de kelder is wel een gezellige halte
halverwege met weinig verkeer:

soms een metro waarin mensen zitten
die naar je zwaaien omdat ze zijn weggegaan.
Dag, wuiven ze. Dag, roep ik terug.

Ik wacht op de volgende om mijn vader
fatsoenlijk uit te zwaaien. We herkennen
elkaar vanzelf hier in dit donker.

Uit: Ted van Lieshout, Een torentje van niets
Uitgeverij Leopold, 1994

meer gedichten over sterven, afscheid en verdergaan vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Geef een reactie