gedicht: drie jongens van de dood

Wat is hier mooi aan?
Het stoere. Drie jongens die de ik van vroeger kent. Die hem ’s nachts bezoeken, omdat hij ze uitnodigt. Maar die zich uit de voeten maken zodra de werkelijkheid van alledag zich opdringt.

Vannacht niet meer dan drie doden
uitgenodigd in mijn slaap.

In mijn slaap zeg ik voornamelijk
hun voornamen die ik gewetensvol
geweten heb gisteren nog
en nu vergeten ben nu zij mij wekken
en verder verrekken
en mij verraden bij dageraad

Ik hou ze niet tegen
als zij in de tijd van mijn ontbijt
wegrennen in de regen.

Ik kom ze wel weer tegen,
die drie jongens van de dood.

Hugo Claus,
Almanak, 366 knittelverzen, Amsterdam,
De Bezige Bij, 1982

Meer gedichten over afscheid, dood en verder gaan vind je hier.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Geef een reactie