Gedicht: De Dood

Wat is hier mooi aan? Het alledaagse.

Voor mij is dit gedicht een antwoord op het overbekende ‘Insomnia’ van Bloem: “Denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood” dat ik vrij pathetisch vind. Over de onontkoombare loop van het leven kun je ook anders schrijven.
Zoals Patty Scholten.

De dood als lompe gast. Een uitdrukking die pubers gebruiken als ze elkaar roepen: “Hé gast!” maar ook de gast als vreemdeling uit de Middeleeuwse literatuur. Altijd even afwachten met welke bedoelingen hij komt. Gastvrijheid heeft menigeen de kop gekost.
Deze lompe gast zal nooit zijn knekelvoeten vegen. Je kent hem.
Alle zorgvuldig geordende ornamenten in je leven stoot hij om.
Hij wil niet schaken en hij wil geen koffie.
Geen uitstel meer.
Niet weten wat je moet zeggen en stuurs zwijgen. Want wat zeg je tegen de dood?
Je constateert het zelf. ‘Dat was het dan.’ Dooddoener eersteklas. En zo op zijn plaats.

DE DOOD
voor James Brockway

Die lompe gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: ‘Kom ik gelegen?’
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.

Beloftes worden niet door hem gedaan
en hij zal nooit die knekelvoeten vegen.
Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.

Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp. Die vaas, die doen er niet meer toe.

Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.

Patty Scholten
uit: Slapen zonder weerga. Atlas, Amsterdam, 2002

Meer gedichten over dit thema vind je bij Gedichten over sterven, afscheid en verder gaan.

Wil je zien wat ik voor je kan doen als jij afscheid van een dierbare moet nemen? Kijk dan hier.

Comments are closed.