Gedicht: Dag

Wat is hier mooi aan? De beeldenstorm. De loop van het leven. Feestelijk en ongericht dwarrelen als confetti. Maar toch een beverig lied langs de randen van je dag laten fluiten. Het lijkt op Heidegger lezen, zoals ik dat leerde van een collega met meer ervaring in het ‘door je oogharen lezen’. Niet te precies, niet elk woord omkeren en tegen het licht houden. De sfeer ervaren.

Waarom zou je blijven?
Ik herinner me de eerste keer dat ik uitgebreid naar het schilderij De tuin der Lusten keek in een groot kunstboek, waarop het hele drieluik over twee hele pagina’s was afgebeeld. Surrealistische beelden van zwevende lichamen, menselijk afval en luchtbellen.
Vasthouden maar dwarrelen, blijven maar beverig zingen. Ook daar kon ik niet elk detail in me opnemen. Maar wel onderdelen. Zoals in dit gedicht. De loop van het leven. Confetti. En luchtbellen.
En heb je de vos gezien?

Dag

Of dat een dag je vasthield zoals deze
eentje die er altijd is in je armen
legt, dat een dag je vroeg om voor even
hem vast te houden en je deed het. En
de loop van je leven werd op je gericht, iemand wilde
dat je niet verder ging, dus bleef. – Het is
laat geworden, later sinds die dag,
in de luchtbel die alle lichamen zwevend
houdt, zullen wij confetti van onszelf
maken en gaan dwarrelen, feestelijk
en ongericht, de vele streken ’s nachts
losgemaakt uit onze haren zullen
ons niet verjagen. – Hoor ons beverig lied
fluiten langs je randen, wil je deze
dag niet bij je nemen, tussen potgrond,
stronken, korsten, koffiedik, opeen
volging en duur geperst, onsterfelijk wezen?

Eva Gerlach
Uit: Een bed van mensenvlees. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2003

Meer gedichten over sterven, afscheid nemen en verder gaan vind je hier.

Geef een reactie