Frutseldekentje

Frutseldekentjes zijn kleine dekentjes die je op schoot kunt leggen en die je handen iets te doen geven, zodat je je onrust een uitweg kunt geven. Ze worden gebruikt voor mensen met dementie. Als jij iets voor iemand met dementie wilt maken, dan is zo’n dekentje een goed cadeau.

Wat heb je nodig:

  • katoenen stoffen en restjes stof met verschillende texturen, wasbaar op 40 graden.
  • knoopjes, lintjes, ritsjes, labeltjes, kralen en andere voorwerpen waarmee je kunt frutselen, wasbaar op 40 graden. Liever geen harde onderdelen, die kunnen pijn doen.
  • klittenband (zelfklevend klittenband van de Hema is heel handig)
  • fiber fill deken
  • 200 gr. verzwaringskorrels: granulaatkorrels (ik gebruikte milieuvriendelijke korrels van www.schuiltent.nl) of rijst, of kersenpitten
  • snijmat en stofsnijder of goede schaar
  • centimeter
  • rijggaren en naald
  • kopspelden
  • naaigaren
  • naaimachine

Voor een dekentje heb je twee delen nodig:

30 X 50  cm voor het bovendeel: dit kan één lap zijn of een patchwork
30 X 110 cm voor het onderdeel: dit mag relatief zware stof zijn
Voor de verzwaring: 2 lapjes van 30 X 15 cm

Was je stofjes van tevoren, zodat ze voorkrimpen.
Laat ze drogen en strijk ze goed glad. Zo kun je ze goed recht knippen.
Als je gewend bent om met een snijmat en stofsnijder te werken, doe je dat.
Om je lapjes goed recht te krijgen als je geen snijmat en stofsnijder hebt:

Katoenen stoffen kun je scheuren

Zwaardere stof knip je eerst; dan trek je losse draden uit de rand tot je een draad over de hele lengte hebt losgetrokken.

Linnen stoffen kun je recht knippen langs een draadje. Trek met een speld een draadje uit de stof op een halve cm afstand van de rand.

Trek het draadje voorzichtig uit de stof.

De stof gaat rimpelen. Duw de rimpels voorzichtig langs de draad en trek hem er helemaal uit. Breekt de draad, volg dan de lijn en haal met een speld opnieuw de draad omhoog.

Strijk de stof glad als je het hele draadje eruit hebt getrokken. Knip nu langs het lijntje dat de uitgetrokken draad heeft achtergelaten.

Je kunt een patchworkje maken…

Of je neemt een lapje uit één stuk.
Je ziet op dit voorbeeld metalen delen, omdat ik dit dekentje gemaakt had voordat ik op twitter gewezen werd op het gevaar van metalen onderdelen.

Sorteer knoopjes, ritsjes en strikjes tot je tevreden bent.
Zoek ook verschillende texturen: zacht, hard, soepel, stug.

Zet de onderdelen goed in elkaar voordat je ze vastrijgt. Zet lusjes voor knopen eerst met de hand vast.

Stik over het lusje heen en weer, zodat het niet los kan schieten.

Speld, rijg en naai de frutsels op het bovendeel. Hecht je draden goed af: zorg dat de opgenaaide elementen niet zomaar losgetrokken kunnen worden.

Knip een stukje vlieseline van 30 x 50 cm en zet het bovendeel met ruime steken op de vlieseline vast. Die steken trek je er weer uit als het dekentje in elkaar zit.

Markeer met een speld of een steekje de middenlijn van de twee delen van je dekentje.
  Leg het bovenste deel met de goede kant naar beneden op de goede kant van het onderste deel.

Speld, rijg en stik een zijnaad dicht. Zorg dat je de fiber fill meerijgt.

Stik de naad met een stukje patroonpapier onder de vlieseline om de stof goed te geleiden.

Vouw het patroonpapier dubbel en trek het voorzichtig los langs de naad.

Sluit op dezelfde manier de andere naad. Je hebt nu een cirkel.

Leg de steekjes of spelden die de middenlijn van beide delen markeren, op elkaar, zorg dat de delen met de goede kant op elkaar liggen.

Strijk met je handen goed glad. Er ontstaat aan beide kanten van je lap een vouw in het onderste deel (hier het grijze deel).

Meet 3 cm af aan weerszijden van de onderrand.

Stik die 3 cm in en knip de naad schuin in naar het einde van het stiksel.

Vouw de onderlijn van de zijstukjes naar binnen. Speld en stik de stukjes klittenband op de onderste lijn vast.

Speld het andere deel van het klittenband op de andere kant en zorg dat ze op elkaar passen.

Vouw het zijdeel zo plat mogelijk open en naai de beide stukjes klittenband vast. Vouw tijdens het naaien de hoek die je al hebt vastgezet zo plat mogelijk weg. Ook als je zelfklevend klittenband gebruikt moet je het vaststikken (het is alleen handig om het vast te plakken, omdat klittenband moeilijk te rijgen is).

Knip het hoekje schuin weg.

Maak aan de andere kant van het klittenband net zo’n schuin inknipje als bij het stukje van 3 cm dat je al hebt ingestikt.

Rijg de ondernaad en laat de rijgdraad precies uitkomen op de vouw die je gemaakt hebt voor het klittenband.

Speld, rijg en stik de naad tussen de stukjes klittenband. Speld, rijg en stik dan de bovenrand. Knip de hoekjes schuin weg.

Keer het dekentje. Steek je hand door één van de openingen met klittenband en pak de hoek van de andere kant.

Haal het dekentje voorzichtig naar buiten en zorg dat de fiber fill niet aan het klittenband blijft haken.

Duw met de punt van je schaar de hoekjes voorzichtig naar buiten.

Zo ziet je dekentje eruit als je het gekeerd hebt.

Naai een kleine versteviging naast de openingen met klittenband.

Speld, rijg en stik de randen van het bovendeel door.

Knip twee lapjes van 30 x 15 cm.  Vouw het lapje zo dubbel dat het een zakje van 30 x 7,5 cm wordt. Stik 1 korte en 1 lange naad. Knip de hoekjes schuin af en keer het zakje.

Vul het zakje met 50 gr verzwaringskorrels en laat het naar de onderkant van het zakje vallen. Stik het zakje halverwege door en vul dan de rest van de verzwaringskorrels aan.

Ik gebruikte een klein blikje om de korrels in het zakje te laten glijden. Een grote trechter werkt wellicht ook.

Vouw dan de bovenrand naar binnen en stik het zakje goed dicht. Zorg dat het zakje iets kleiner is dan het flapje.

Vul de flapjes met een zakje verzwaringskorrels.
Druk dan de stukjes klittenband op elkaar om de flapjes te sluiten.

Zo zien de korrels eruit.

Je moet de zakjes verzwaringskorrels uit het dekentje halen als je het wilt wassen en strijken. Als het dekentje klaar is, was het op 40 graden en laat drogen. Strijk de achterkant van het dekentje. Leg een strijklap tussen de strijkplank en het dekentje als je plastic delen op het dekentje hebt gezet.

Wil je zeker weten dat er geen virus op je dekentje meegaat: stop het gestreken dekentje in een afsluitbare plastic tas en wacht 2 dagen voor je het weggeeft.
Met dank aan Leta Janssen en Margot van Acker voor de praktische ondersteuning en de uitleg van eisen voor veiligheid en bewegingsvrijheid.


Geef een reactie