Een overzichtelijke, overzichtelijke wereld

In een antiquariaat stuit ik op een verzameling kinderboekjes die me linea recta wegvoeren naar mijn kindertijd. Gerdientje, Rozemarijntje, Wim, Miep, Tom en Japie, Daan en Dikkie. Ze beleefden veilige, kleine avonturen die steevast eindigden op de knietjes voor de bedstee. En de moeder, steevast moes genoemd, of grootmoe, altijd met knokige handen, blij verrast als de kinders hun kleine avonturen opbiechtten aan de lieve Heer, en hem dankten voor de veilige terugkeer uit die koude, koude sneeuw of dat donkere, donkere bos. Ik herinner me de warmte van mijn moeders mouw, mijn vaders arm of de stem van oma, die al die avonturen aan mijn voorlazen. O, de vertrouwdheid van die voortdurende, voortdurende herhaling van het bijvoeglijk, bijvoeglijk naamwoord!

Op een dag kon ik ze zelf lezen. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik voor het eerst ‘Truus en de drie taartjes’ uitgelezen had. Toen ik beter leerde lezen had ik liever Pippi Langkous. Nu ik mijn oudste boekgenootjes terugzie, begrijp ik weer waarom. Wie wil nog lezen over kinderen die blozen als de juf vraagt wie er een klompje in het water heeft gegooid, als er in andere boeken een meisje rondloopt dat alles durft, reuzesterk is, en wel raad weet met tante Pastellia met de goede bedoelingen. Pippi Langkous ging ’s avonds niet op de knieën voor een warme, warme, bedstee, die nam een klein aapje mee naar haar rommelige bed. En ze hoefde niet naar school of gauw haar vingertje leggen bij het woordje dat gelezen werd, zodat de juf niet brommen zou.

Maar nu ik ze weer in handen heb voel ik de vertrouwdheid van die overzichtelijke, normatieve wereld. O, die aangeharkte wereld, waar kindertjes in de klas zoet luisteren naar het bijbelverhaal en dan fijn sommen maken, die niet gewaarschuwd hoeven worden, die nog nooit van omgangsregelingen of ritalin hebben gehoord en wier grootste angst het is om buiten de gebaande paadjes te moeten bivakkeren. En hoe heerlijk om voor het slapen-gaan verlost te zijn van alle angst en zorgen.

En het mooiste is: die boekjes ruíken nog steeds hetzelfde. Ze roepen vanuit hun zoetige karton de geur op van het kinderkerstfeest en de sensatie van vermoeidheid, lauwe chocolademelk en kriebelende wollen maillots.
Ik heb een geurherinnering terug.

Ik neem vijf boekjes mee.

Maar ik denk niet dat ik er ooit uit voor zal lezen.

Comments are closed.