Een lintje om de dood

Ik ben op een conferentie en luister naar Nelleke Noordervliet. Ze pakt me in mijn nekvel en plant me in een zeventiende-eeuwse trekschuit naast Menno Molenaar, student in de medicijnen.
Ik ga met hem mee in die trekschuit, op naar het anatomisch theater. Met in het ruim een lijk. Daar zal een fameus professor in gaan snijden ter leringhe ende vermaeck. Alleen in de winter natuurlijk, want in een wereld zonder koeling is de geur van een zomers lijk niet te harden. Menno kijkt er niet van op. De dood is zichtbaar op elke straathoek. Iedereen krijgt dat mee, van kind af aan.

Een muur van zorg

Als ik Menno in zijn nekvel mocht grijpen en hier naartoe halen, wat zou ik hem dan laten zien? En sterker, wat zou hij zien? De dingen waarvan ik niet meer opkijk, maar die hem zouden verbazen? De enorme vooruitgang in medicatie, de vele soorten behandelingen die de dood uitstellen, de hygiënische en discrete omgang met de dood. “We hebben de dood weggemoffeld achter een muur van zorg.” stelt Nelleke Noordervliet. Dat zou Menno werkelijk bevreemden.

Een muur van producten

Die muur van zorg, inderdaad. Menno zou zijn ogen uitkijken. Maar hij zou zich ook vergapen aan de esthetica van de uitvaart. Urnen, foto’s, kisten, waden, kleden, bloemen, auto’s, linten. Die muur van zorgproducten verandert sluipenderwijs in een muur van uitvaartproducten. We kunnen onze uitvaartstijlen kiezen: klassiek, Hollands, Zen, zelfs een ADO-uitvaart is mogelijk in Den Haag, en een Feijnoord-uitvaart in Rotterdam. Maar dat maakt de dood niet beter verteerbaar.
“Er wordt over het algemeen rommelig gestorven” stelt Bert Keijzer, ons nationale geweten als het gaat om de dood en de zorg eromheen. Als verpleeghuisarts maakt hij het allemaal mee, het rochelen, de onmacht, het niet-willen-praten tot het te laat is. Het heerst, het uitstellen, het wegduwen. We weten niet meer hoe we de dood moeten binnenhalen en dus blijft hij ons bespringen.

Grootse fantasieën

Volgens Stichting STEM, Sterven op je Eigen Manier, is de grootste groep Nederlanders geneigd om het denken over de eigen dood voor zich uit te schuiven, en tegelijkertijd grootse gedachten te koesteren over de eigen uitvaart. Vandaar die urnen en goudgeletterde linten. Een pleister op de wonde. Het sterven mag dan rommelig zijn gegaan, daarna gaat er wel een mooi lint omheen. Kreukels glad, alles onder controle. De doden van nu zijn als de koningskinderen van weleer, die de eerste jaren van hun leven, zo lang ze naar braaksel stonken en in hun broek poepten, bij een min op het platteland werden ondergebracht tot ze toonbaar geacht werden, met een lint eromheen. Dan mochten ze terugkomen en aan het echte leven beginnen.

Dat moet toch anders kunnen. In een wereld waar geen doden meer op elke straathoek liggen, waar je waardig kunt sterven, moet ook ruimte en erkenning zijn voor de rommeligheid van het sterven. Kinderen worden tegenwoordig steeds meer als volwaardige medemensen beschouwd en niet meer weggemoffeld tot ze toonbaar zijn. Het wordt tijd voor de emancipatie van het sterfbed.

Comments are closed.

5 Responses

  1. Sietske van der Hoek says:

    Dankjewel. Ik ga je link zeker delen. Dit is goed om te lezen voor onze zorginstelling. Ik zal ‘m ook naar de coördinator van ons project “laat niemand in eenzaamheid sterven” sturen. Zij zal er ook woorden vinden die ze eerst misschien niet had. Groeten, Sietske

  2. Margot van Acker says:

    lieve Carola,

    wat heb je mooi geschreven over iets wat eigenlijk helemaal zo mooi niet is; door ons zwijgen over en wegstoppen van de dood maar ook over ernstige ziekten (oa. dementie), weten we ons geen raad hoe hier mee om te gaan. Soms bekruipt me het gevoel; zou dat de toenemende vraag naar euthanasie bij dementie kunnen verklaren? Is het onze eigen angst om niet te voldoen aan de persoon met dementie? Onze onhandigheid om invulling te geven aan de liefde die we voelen voor de persoon met dementie, maar tot wie onze woorden niet meer binnen lijken te komen? Of, zoals in het lied “ken je mij?” zo mooi verwoordt;

    Ogen die door de zon heen kijken
    Zoekend naar de plek waar ik woon
    Ben jij beeldspraak voor iemand
    die aardig is, of onmetelijk ver,
    die niet staat en niet valt
    en niet voelt als ik,
    niet koud en hooghartig

    dank je wel voor het delen!
    Margot