De uitdaging van seculiere rouw

Toen de kisten met slachtoffers van de vliegramp met de MH17 in Nederland ontvangen werden, viel nergens de naam van God, totdat ’s avonds de kerkdienst in Amersfoort werd uitgezonden. Joost Röselaer, predikant in Londen, concludeerde daaruit dat het christendom definitief een antieke godsdienst is in Nederland (NRC 6 augustus).

Iets in de Nederlandse rituelen moet hem geraakt hebben, anders zou hij niet verzuchten dat Engelsen bij de beelden van de Nederlandse rouw misschien wel een gevoel hebben ervaren dat in hun rituelen gemist wordt. In de laatste kolom van zijn artikel onderzoekt hij echter niet wàt er dan gemist wordt, om dat als inspiratie voor zijn eigen context te gebruiken. Hij gaat terug naar zijn eigen positie als predikant en formuleert vanuit zijn eigen traditie uitdagingen om ‘de aanvaarding van leed te vertalen naar een seculiere context’.

Iets in die wending moet mij geraakt hebben, want ik wilde direct een andere uitdaging formuleren. Als theoloog en ongebonden ritueelbegeleider sta ik in de Nederlandse context, en ik zie andere dingen. Niet alleen omdat ik er dichter op zit, maar ook omdat ik anders kijk.

Met de blik van Joost Röselaer naar de Nederlandse samenleving kijken, levert maar twee zingevingskleuren op: christelijk of seculier. De uitzending van de kerken verschijnt dan als een ‘moedige’ laatste poging vóór bijzetting in het antiquiteitenkabinet. Maar dan mis je de kans om te ontdekken dat er in de Nederlandse context heel andere processen aan de gang zijn. En veel meer kleuren.

Stel dat het christendom voortleeft in Nederland. Niet als vanzelfsprekende zingevingsmonopolist, niet als theologisch verklaringsmodel waarover te twisten valt, maar als inspiratiebron van geleefde ervaring. Ontdaan van vanzelfsprekend institutioneel gezag, maar wel degelijk aanwezig en op zoek naar een nieuwe vorm. Inderdaad, Nederland is seculier, maar in de betekenis die de Canadese filosoof Charles Taylor daaraan geeft: het christendom is hier niet uitgespeeld, het is een optie naast andere geworden. De filosoof Alain de Botton gaat nog verder. Ook als je het christendom achter je laat, hoef je het nog niet op te bergen. In het westen heeft het christendom eeuwenlang gefungeerd als exclusief vehikel van zingeving. Zingeving als menselijke behoefte is echter ouder dan het christendom, en we kunnen zingevingsvragen ook op andere plekken stellen dan in de kerk. Dat gebeurt dan ook, nu in het westen aan de monopoliepositie van het christendom een einde is gekomen. Maar we moeten niet het zingevingskind met het theologische badwater weggooien. We kunnen voor het vormgeven van een goed leven juist inspiratie ontlenen aan religieuze tradities zoals het christendom. En aan de kunsten, zoals hij in zijn project in het Rijksmuseum heeft laten zien.

Dat maakt de uitdaging voor seculiere rouw niet minder dringend, maar wel heel anders van inhoud en richting. Ze hangt samen met onze ‘ongeneeslijke behoefte aan betekenis’. Een menselijke behoefte die ouder is dan de (monotheïstische) religies, ouder dan iedere theorie of ideologie, volgens De Botton. En de basis daaronder is hechting, volgens George Vaillant die al jaren onderzoek doet naar incasseringsvermogen en veerkracht in moeilijke omstandigheden.

Op internet circuleert een filmpje over een chimpanseevrouw die maar blijft terugkeren naar haar overleden jong om zich er steeds opnieuw van te vergewissen dat het echt dood is. Pas dan kan ze het achterlaten. De behoefte om te hechten delen we volgens evolutiebiologen met de primaten. Die behoefte gaat zelfs nog aan de behoefte aan betekenis vooraf. Een ramp zet onze behoefte aan hechting en betekenis ineens op scherp. We kunnen nog niet duiden. Het is een chaos. Eerst moet nog helemaal doordringen wat er eigenlijk is gebeurd. Daar moet eerst ruimte voor zijn. Die ruimte was er in Nederland na de ramp met de MH17. Onze koning en onze politici respecteerden in hun woorden die basale hechting. Even niet je mond vol van allerlei duidingen of antwoorden. Eerst dit.

Rituelen helpen ons omgaan met wendingen in het leven. Ritueelbegeleiders geven vorm aan rituelen en ceremonies bij die wendingen, en dus ook aan rouwrituelen. Sommige van mijn collega’s werken samen met kerken en soms in kerken; anderen, zoals ik, veelal daarbuiten. Wij bouwen aan een nieuw ritueel repertoire, met ruimte voor oude en nieuwe vormen, woorden, gebaren, beelden en klanken. En meestal betekent dat dat we samen met de nabestaanden met laarzen aan in de modder van emoties staan.

Vaak word ik geraakt door de kracht van woordloze rituelen. Hoe ze werken, als woorden tekort schieten. Maar ook als woorden te veel zijn, of als de antwoorden de vragen overstemmen. “God heeft het zo gewild” of “Je moet toch verder”. Een quick fix omdat het leven met dat gapende gat van vragen niet is uit te houden. Dat speelt mensen uit elkaar. Een gebaar, een bloem aanbieden, of in stilte naast iemand staan, dat geeft de boodschap die hoort bij een crisis: “Ik weet het ook niet, maar je bent niet alleen.”

Zou dat zijn wat de Engelsen misten? Eerst de woorden opschorten, eerst de meest basale behoeften respecteren om de slachtoffers terug te krijgen en die verbroken banden te herstellen, voor wat daar nog van mogelijk was? De stilte die ieder voor zichzelf de verbinding liet maken met de gebeurtenissen? Ik vermoed het.

Er was nog meer dat me raakte in het artikel van Röselaers. Dat was de uitdaging: ‘aanvaarding van leed (te) vertalen naar een seculiere context’. In de eerste plaats zie ik de uitdaging als een uitdaging ìn de seculiere context die Nederland al is. In de tweede plaats is het niet alleen een vertaalslag vanuit de christelijke traditie, en al evenmin alleen een vertaalslag vanuit officiële bronnen. Alle betrokkenen bij een rouwritueel maken een vertaalslag van hun eigen gedachten, overtuigingen en behoeften naar een gezamenlijke ceremonie. Of dat nu een omvangrijke ceremonie is, of een individueel ritueel waarin de nabestaanden van de slachtoffers afscheid nemen van hun geliefden. Ook voor een familie die afscheid neemt van een overledene na een rustig sterfbed, is dit de opdracht. Breng wat je te bieden hebt en voeg dat samen tot een waardige herdenking.

Tot slot wil ik de doelstelling anders formuleren: de ‘aanvaarding van leed’. De recentere literatuur over rouw- en ritueelbegeleiding benadrukt dat een lineair model, van niet-aanvaarding naar wel-aanvaarding, iemand in de rouw geweld kan aandoen. Het lijkt me heilzaam om een doel te formuleren dat niet naar een einddoel verwijst of een einddoel suggereert. Voor een nabestaande van een MH17-slachtoffer lijkt ‘aanvaarding van leed’ me een onoverzienbare opdracht. Beginnen bij beseffen van wat er gebeurd is, is al een forse taak. Het uithouden van het leven met onbeantwoorde vragen, het uithouden van het leven in het besef dat de vragen misschien wel nooit beantwoord zullen worden, komt daarna. Leven met verlies, zo goed en zo kwaad als het gaat; leven in het besef dat we kwetsbaar zijn, dat lijkt me voorlopig een haalbare vraag naar ‘hoe wij kunnen rouwen’.

Wat is dan de uitdaging? Vormgeven aan een repertoire van rituelen waarmee we elkaar en onszelf helpen leven met onze kwetsbaarheid. En voor wie is dat een uitdaging? Voor politici, kunstenaars, theologen, filosofen, psychologen, rouwbegeleiders, geestelijken, betrokken omstanders, ritueelbegeleiders en nabestaanden.

In Nederland heeft niemand een zingevingsmonopolie. Maar ook zonder monopoliepositie kun je zinvol bijdragen aan de ongeneeslijke behoefte aan betekenis waarmee we nu eenmaal zijn uitgerust. In minder vanzelfsprekende bewoordingen dan je voor jezelf zou kiezen, dat wel. En met inbegrip van de mogelijkheid dat degenen tot wie je je richt zich niet vanzelfsprekend herkennen in jouw woorden of het gezag van jouw instituut erkennen. Dat maakt de uitdaging nou zo groot. Het is betekenisgeving, Jim, but not as we know it.

Bronnen
Dit filmpje toont de chimpanzeemoeder bij haar dode jong; de foto bij deze blog is daaruit geknipt;
Charles Taylor A Secular Age (New York, 1999) over secularisering in drie dimensies;
George Vaillant Spirituele Evolutie. Zingeving als aspect van de menselijke natuur. (Amsterdam, 2008) over de behoefte aan hechting die vooraf gaat aan zingeving;
Robert Wright: The Moral Animal. Why we are the way we are. (Londen, 1994) over de noodzaak om een ethiek te grondvesten op de erkenning van biologische behoeften;
Alain de Botton: Religion for atheists : A non-believer’s guide to the uses of religion. (Londen, 2013) over het zinvol ontlenen van christelijke tradities zonder de theologische inhoud over te nemen.

Comments are closed.

One Response

  1. Mooi verwoord, bewondering hoe je het hebt opgeschreven. Ik ga de titels van de boeken opschrijven zodat ik ze kan aanschaffen/ lenen bij de bieb. Dank je wel Carola. Ik heb de link van dit blog gedeeld op mijn FB pagina.