De dood en het zandkasteel

In mijn tijd als docent levensbeschouwing heb ik een persoonlijk project. Leerlingen van klas 4 kiezen een persoonlijk thema dat zij uitdiepen op een manier naar keuze, een half jaar lang.
Een halfjaar aan het werk met een thema, dat is lang en intensief. Ik ben vaak verrast door de vragen die ze zichzelf stellen. Vragen over de dood zijn er heel vaak bij.

Soms is het een persoonlijke vraag: hoe gaan drie generaties in mijn familie om met het geloof in ‘leven na de dood’?
Soms politiek: welke functie vervulde het geloof in het leven na de dood in de Middeleeuwen en is er een ‘geloof’ in onze tijd dat die functie vervult?
Soms op het grensvlak tussen geloof en wetenschap: welke spanning bestaat er tussen een medisch en een religieus beeld van de dood?
En soms verrassend: waarom zijn mensen bang om na hun dood vergeten te worden en wat doen ze daaraan?

Ze gaan erop uit. Naar het uitvaartmuseum, naar evenementen, het hospice, naar gelovige joden, christenen en moslims om hun vragen te stellen, naar hun familie. Ik geef ze boeken in handen over hersendood, ethische vragen rond levensbeëindiging, bijna doodervaringen. Ik laat ze schilderijen van Jheroen Bosch bekijken, vanitasstukken, oorlogsfotografie. Ze kijken films, lezen romans of gedichten, speuren in de heilige boeken.

De dood komt altijd wel even langs. Als een glimpje inzicht, een doorkijkje, een blik in het oneindige. Starende ogen voor een seconde of wat, een huivering, een intense blik.
Altijd kort.

Ik hoef er niet naar te vragen. Dat doen ze zelf al.

Aan het eind van het jaar geeft elke leerling een TEDtalk over het onderzoek. De variaties zijn eindeloos.
Een brief van een verpleeghuisbewoonster aan Pim van Lommel, over haar bijna doodervaring die niemand wil geloven.
Een gedicht over de drie generaties en de dood, op het ritme van een stemmig muziekstuk dat steeds lichter wordt.
Een enorme striptekening over de Ballade van de dood met een verkenning over de vraag: Wat zie ik in het transhumanisme en wil ik onsterfelijk zijn?
Een instructie voor de engelen om Scrooge te ontvangen in de hemel.
Een spiraal van gekleurde stroken waarin een leerlinge haar gevoelens over het overlijden van haar tante onder woorden brengt; woorden van liefde voor haar nichtje dat zonder moeder verder moet, en liefde voor haar eigen moeder die ze nog niet kan missen.
Recepten uit het kookboek van het overleven en het goede leven, verbonden met ‘memento mori’ en ‘carpe diem’. Gepresenteerd in een strak, rap-achtig ritme.

Dit zijn de lessen die ik strak moet timen, want elke presentatie levert commentaar op, nieuwe vragen en een zucht als de bel gaat. “Maar ik heb nog een vraag!”

In hun persoonlijke reflectieverslag geven ze antwoord op de vraag wat ze geleerd hebben over hun onderwerp en over zichzelf.

Als ik die lees zie ik vaak het kind op het strand in een gedicht van Ida Gerhardt.
Het kind heeft een zandkasteel gebouwd vlak in de vloedlijn:

Het zet
zich neer en dènkt: hoe alles is
en later zijn zal – en dan waait
de wind dat weg: het hoèft nog niet.

Geef een reactie