Begraven op Eikenduinen deel 2: ondergronds en zonder trompetgeschal

In mijn vorige blog vertelde ik over de stichting van de kapel van Eikenduinen en de bouw van een kerk, met een reliek die bedevaartgangers aantrok en een begraafplaats. Alle ingrediënten voor een rijk rooms leven. Maar dat zou niet zo blijven. Net als het gebouw brokkelde ook het gezag van de kerk over de doden langzaam maar zeker af.

1514: de parochie wordt opgeheven

We pakken de draad op in 1514. De kerk van Eikenduinen wordt gebruikt door een kleine gemeenschap die steeds kleiner wordt. Zo klein, dat de kerken besluiten de parochie op te heffen. Ze brengen de gelovigen onder bij de Jacobskerk in Haagambacht, voorloper van Den Haag. De kerk van Eikenduinen wordt nu de ‘kruiskapel van de Sint Jacobskerk’ en de gelovigen moeten weer op pad voor de communie.  Zo’n drie kwartier lopen, behoorlijk ver.

Dan komen er scheuren in de kerk. Maarten Luther stelt in 1517 de rol die de kerk zichzelf heeft toegeëigend in het beheer van leven en dood fel aan de kaak.

Levels na de dood

Eeuwenlang is het nauwelijks een vraag geweest wat er gebeurt met de zielen van wie de lichamen in het coemeterium, de slaapplaats, liggen. Slapen die ook, tot het einde der tijden, of is er een beter verhaal over te vertellen?

Nou en of. Er wordt, stap voor stap, een tussenfase tevoorschijn verteld, als een game waarin je verschillende levels moet doorlopen om uiteindelijk in de hemel te komen. Dode zielen, is het nieuwe verhaal, kunnen heus niet zomaar ineens de hemelse heerlijkheid betreden. Ze mogen dan verlost zijn, maar ze hebben nog wel wat zonden uit te boeten in de wachttijd tot de hemel. Waar dat gebeurt heet purgatorium of vagevuur, of het heeft de gestalte van een Louteringsberg. Pas als de ziel helemaal gereinigd is mag zij door naar het laatste level: de hemel. Gelovigen kunnen hun doden een zetje geven met gebeden voor hun zielenheil, wel tegen betaling aan een priester natuurlijk, maar ook met een nieuw middel: de aflaat. Een afkoopbewijs voor vagevuurtijd. Hoe meer je betaalt, des te sneller is de ziel van een overledene next level. Een nieuw verdienmodel is geboren.

Domenico di Michelino – Dante voor Florence (1469): met een afbeelding van de Louteringsberg uit zijn werk De Goddelijke Komedie.

Fout, fout fout! oordeelt Luther. De hemel is gratis! Er is niets anders voor nodig dan geloof in Gods genade! Zijn medestanders en volgelingen noemen zich protestanten, omdat ze protesteren tegen de kerk zoals die er dan uitziet. Omdat ze niet in de kerken mogen spreken doen ze dat in openluchtbijeenkomsten: hagepreken. Rond 1550 zijn die er ook in Eikenduinen. En het nieuwe geloof slaat aan.

Een gat in het dak…

De opkomst van het nieuwe geloof heeft politieke gevolgen. Er vallen klappen. De Eikenduinse kerk ontspringt de beeldenstorm, maar de abdij in Loosduinen, een dorp verderop naar het zuiden, houdt de hooligans met moeite buiten de deur. De Opstand tegen Spanje breekt uit. Als de hertog van Alva het Spaanse gezag komt handhaven komt er verzet op gang. Eikenduinen wordt regelmatig ingeschakeld om manschappen en materialen te leveren.

In dat gespannen klimaat begint de afbrokkeling van de kerk van Eikenduinen. Het is niet duidelijk wie het heeft gedaan: Spaanse soldaten die regelmatig in de regio huishouden? Protestantse opstandelingen? Feestgangers die de kerk als feestlocatie gebruiken en de boel flink uit de hand laten lopen?  Ergens in deze tijd zit er ineens een groot gat in het dak van de kerk.

…en geen geld voor herstel

De protestantse Eikenduiners willen hun kerk herstellen, omdat ze er kerkdiensten in willen gaan houden. Ze vragen het benodigde geld aan de Staten van Holland. Die zijn op dat moment het aanspreekpunt, omdat zij alle kerkelijke bezittingen beheren die door de protestantse opstandelingen zijn buitgemaakt. De  Staten weigeren. Misschien is het alleen een economische kwestie: waarom zouden ze een groot kerkgebouw herstellen voor een uitgedunde gemeenschap, en dan ook nog in een gebied waar nauwelijks bouwmateriaal voorhanden is? Misschien ook een religieuze kwestie: nu de protestanten de macht overnemen willen ze de kerk ook reorganiseren en de binding met katholieke plekken doorbreken.

De Loosduinse protestanten mogen een nieuw kerkgebouw inrichten, omdat ze daar tot dan toe een boerenschuur gebruiken. De Eikenduinse protestanten moeten hun preekstoel en kerkbanken verhuizen naar Loosduinen en daar naar de kerk gaan. Klein voordeel: Loosduinen is minder ver lopen. De katholieken mogen geen kerken meer hebben en gaan noodgedwongen ondergronds. Bedevaarten worden in 1576 verboden. De Eikenduinse kerk staat leeg met een gat in het dak. De Staten verkopen haar aan een sloper.

Dan begint een periode van oponthoud en besluiteloosheid. Er is een hoop gesteggel over de eigendommen van de kerk, voordat ze naar Loosduinen zijn verhuisd of een ander onderkomen hebben gevonden. In eerste instantie moet de kerk voor kerst 1580 afgebroken zijn, maar het duurt tot juni 1581 voordat de sloophamer los gaat op de kerk. En dan nog niet eens helemaal: er staat nog een muur en een stuk toren overeind.

Hoe moet het geweest zijn om dit mee te maken? Heeft iemand de splinter van het kruis van Christus tijdig in veiligheid gebracht? Waar zijn de miskelk, het Mariabeeld, en andere katholieke dierbaarheden verborgen? Hoe is het om je kerk te zien instorten onder de sloophamer?

Braakliggend terrein

De Staten van Holland hebben een gebied waar weinig te halen valt. Ze verkopen de ruïne en de grond eromheen in 1595 aan C. van Mierop, ontvanger-generaal  van kerkelijke goederen in Rijnland. Alles, behalve de bomen die rond het terrein zijn geplant, want ze willen nog wel verdienen aan het hout. Van Mierop doet niets met het terrein; in 1611 verkoopt hij het weer. Eikenduinen ligt min of meer braak.

De katholieken moeten redden wat er te redden valt. Ze kijken wel uit om de aandacht van de overheid te trekken met activiteiten op Eikenduinen. Althans, voorlopig. Want de macht van de overheid over het terrein is klein. Omdat het gebied in particuliere handen is, al zijn die handen protestant, is het wel beschermd tegen overheidsbemoeienis. Bovendien breekt er aan het begin van de zeventiende eeuw een geloofsconflict uit tussen de protestanten onderling, dus die zijn vooral druk met elkaar. In de betrekkelijke luwte van dat conflict kunnen de katholieken zich hergroeperen.

Er gaan een paar generaties overheen sinds de sloop van de kapel voordat er weer bedevaarten op gang komen, zo rond 1640. Ook al is er geen Mariabeeld en geen splinter meer te bekennen, de magie van de plek blijft.

Illustratie uit het boek: De St. Teresia-Kerk, de koninklijke kapel van Spanje. Hare geschiedenis, in verband met de lotgevallen der katholieke godsdienst en de werkzaamheden der sociëteit van Jesus, in en om ’s Gravenhage, Geschetst door P. A. Bongaerts sj, Tot aandenken aan de feestelijke herinnering van den 25sten verjaardag harer inwijding, gevierd den 15den October 1866.

Eikenduinen herontdekt

In Haagambacht zijn intussen nieuwe begraafplaatsen ingericht. Eikenduinen verdwijnt uit de belangstelling; het is natuurlijk ver lopen. Totdat in 1654 in Haagambacht de pest uitbreekt. Acuut tekort aan grafruimte! Eikenduinen wordt een overloop-begraafplaats, vooral voor de armen van Haagambacht. Wagen na wagen rijdt naar Eikenduinen om de slachtoffers te begraven. Haastklussen. Misschien massagraven.

Maar Eikenduinen is wel weer in beeld. En dat is gunstig voor de katholieken in de regio.

De tegenstellingen tussen katholieken en protestanten zwakken na verloop van tijd af. Tegen het einde van de zeventiende eeuw worden er weer katholieken begraven op Eikenduinen. Het begint als de Spaanse ambassadeur in 1680 een eigen kapel laat bouwen aan het Westeinde (nu is het nummer 12a, het Spaansche Hof). Een schuilkerk, die niet zichtbaar mag zijn vanaf de straat. Daar gaan veel katholieken naar de mis.

Het Spaansche Hof nu. In de achtergrond de deur naar de huidige kerk uit 1841.

Waar moeten hun doden een rustplaats vinden? Een katholieke eigen begraafplaats kunnen ze vergeten. Maar Eikenduinen als overloopbegraafplaats kunnen ze als gedoogde groep veilig gebruiken. Tenslotte is de grond er ooit keurig katholiek gewijd, al zou je kunnen zeggen dat ze door alle schermutselingen, sloopwerkzaamheden en houtkap behoorlijk is ontwijd. De bedevaartgangers die er steeds weer opduiken, doen in elk geval wel de katholieke sfeer herleven. Eigenlijk een prachtige plek om de oude magie in stand te houden…

In Den Haag zijn intussen nieuwe begraafplaatsen gekomen, al is de grond niet overal van even goede kwaliteit en liggen ze niet zo vredig in het groen als Eikenduinen. Dat is de reden dat ook protestanten Eikenduinen weer overwegen: toch wel een mooie plek om te begraven, en de grond is er beter dan de vochtige veengrond in Den Haag… Dat ze ooit katholiek gewijd is, is geen probleem, dat nemen protestanten niet serieus.

Begraven in de praktijk

Begraven is altijd een gemeenschapsgebeuren geweest, in de katholieke parochies en in de stedelijke buurten. Dat blijft zo, alleen worden uitvaarten nu georganiseerd door de schutterij, een soort politie, en niet meer door de kerk. Er is geen dominee bij de uitvaarten, want de rol van geestelijken wordt gezien als bemiddeling voor het zielenheil van de doden, en daar doen de protestanten niet aan.

De buurt wordt op de hoogte gesteld door een aanzegger; iemand gaat zorgen dat er een graf gegraven wordt. Ben je een volwassen man, dan moet je regelmatig drager zijn voor een overleden buur. Daarvoor krijg je een muntje dat je op de dag van de uitvaart moet inleveren. Zo kun je opgespoord worden als je je aan je burenplicht onttrekt. En andersom: na de begrafenis krijgen de dragers geld en een maaltijd. Als je arm bent is dat heel aantrekkelijk. Maar je mag niet voor je beurt: geen muntje, geen maaltijd.

Links: voorkant van een buurtpenning van de Jacobijnekloosterbuurt met een begrafenisstoet en de woorden Memento Mori; midden: achterkant van een penning uit de Molenstraatbuurt met nummer 23; rechts: achterkant van een penning uit de Oostwesteinderijkbuurt met nummer 17. Geplaatst met hartelijke dank voor de foto’s aan de heer Robert van Lit, senior conservator van het Haags Historisch Museum

Dat begraven allemaal niet zo serieus wordt genomen, kun je zien aan een maatregel van de schutterij, misschien het eerste rookverbod. Van Den Haag naar Eikenduinen is drie kwartier lopen: best lang met een kist op je schouders. De dragers steken onderweg een pijp op om het prettiger te maken. Burgers en gezagsdragers vinden dat niet kunnen: begraven is een ernstige zaak. Roken onderweg wordt dan ook verboden.

Umstülpung

Het grote verhaal van het christendom leeft nog: de doden en de levenden horen nog steeds bij elkaar onder het hemels baldakijn. Maar er is flink wat opgeschud en binnenstebuiten gekeerd: de levenden krijgen invloed op het lot van de doden en verliezen die weer. De priesters, die eerst verdienen aan hun bemiddelingswerk, worden tussen de gelovigen en God uitgeduwd. De magie van wierook, reliek en aflaat verdwijnt.

Rijk en arm krijgen dezelfde sobere begrafenis. Je betaalt voor het openen van de aarde en voor de dragers die jou naar je graf brengen. Daar valt niet zoveel aan te verdienen, en daar gaat het ook niet om. De nadruk komt op het leven vóór de dood: daar moeten gelovigen ‘hemelpunten’ verdienen.

En geld speelt geen rol.

Nog niet.

Naar blog 1
Naar blog 3

Geef een reactie