Overvloedskorting, een antwoord op schaarste

Altijd als ik in een omgeving ben waar vrijwilligers in de terminale zorg bij elkaar zijn, voel ik de overvloed en de ruimte van het denken daar. Geld speelt geen rol. Heel andere dingen spelen een rol. Vrijwilligers voegen waarde toe die niet in geld is uit te drukken.

Maar dan kom ik buiten. En daar heerst schaarste. Daar is het belachelijk als je vrijwillig iets doet. Ik voel dan meteen de beperktheid van dat denken. En ik moet er in mee, mijn huis wordt niet betaald en verwarmd van mooie woorden.

Het voelt als de Pufferzone die Habermas beschrijft in zijn standaardwerk Theorie des kommunikativen Handelns: tussen je leefwereld (waar je op je plek bent, waar je waarden gerespecteerd worden, waar jouw verhaal ertoe doet) en het systeem (dat georganiseerd is om efficiënt te opereren), zit een buffer. Wil je effectief in een systeem opereren dan moet je alles wat jouw waarden vertegenwoordigt, achterlaten. Want dat gooit zand in het systeem.

Dat efficiënte systeem is gericht op efficiëntie, op geld. Omwille van geld worden processen uitgekleed. En omwille van geld worden handelingen van zorg niet, en medische interventies wèl vergoed.

Een manager in een zorginstelling maakte dat heel duidelijk toen bleek dat ik (o schrik) mijn workshop over rituelen niet gratis aanbood. “Ik geef mijn budget dan liever uit aan een cursus reanimatie.” zei ze. Want reanimatie heeft een status in het systeem. Het houdt mensen in leven. Hoe dat leven er vervolgens uitziet verdwijnt in de bufferzone. Evenals de vraag wat er dan nodig is als de reanimatie uiteindelijk toch niet slaagt. Maar over het wegdringen van de dood heb ik al zoveel geschreven, dat herhaal ik hier even niet.

En dan komt het dilemma dat alle mensen kennen die als zzp’er werken in de ‘goodwillindustrie’. Die daar op de één of andere manier bijna geen geld mee mogen verdienen. Want dat moet uit liefde komen. Aandacht geven doe je maar in je eigen tijd.

Nu heb ik er iets op gevonden. Nee zeggen tegen organisaties die wel iets van mij willen leren, helpt me niet verder. Ik versterk daarmee het idee dat het ook wel zonder kan. Organisaties die met vrijwilligers werken, gebruiken en waarderen de overvloed die vrijwilligers komen brengen.

Maar als ik de rekening stuur, zet ik wel alle uren die ik heb besteed, en dus alle arbeidskosten, op de rekening. En dan geef ik een korting die ik ‘overvloedskorting’ noem. Omdat veel vrijwilligersorganisaties ook al tot hun nek in de bufferzone zitten. En eigenlijk nauwelijks geld hebben voor extra’s. Want zingeving is een extra.

Ik geef dus die korting tot ik uitkom op het bedrag dat wel betaald kan worden. Zodat ik waarde kan toevoegen in een uitgeknepen wereld. Een markt kun je het nauwelijks noemen.

En toch die waarde toevoegen. En toch zichtbaar maken wat het gekost zou hebben als ik die uren als loodgieter of schoonmaakkracht had doorgebracht in die instelling.

Geef een reactie