Always winter, never Christmas

hierboven zie je een foto van het bos achter het huis van mijn dochter en schoonzoon, in Risinghurst, Oxford. We wandelden er altijd als we hen bezochten. Onderweg passeerden we altijd het huis van C.S. Lewis, de auteur van de Narnia-serie die ik mijn dochter in haar jeugd talloze keren heb voorgelezen. We kwamen langs het bankje bij de vijver waar hij zat te schrijven, de lantaarnpaal vlak bij zijn huis, die voor mijn dochter stond voor de Lamppost waar de vier kinderen in The Lion, the Witch, and the Wardrobe de toegang tot Narnia vinden.

Links een afbeelding uit de film,
rechts de foto van de lantaarnpaal tegenover het huis van C.S. Lewis in Oxford

Zoals het er nu uitziet wordt het spannend wanneer we elkaar weer zien. In het afgelopen jaar was het onmogelijk om naar Oxford te gaan, en ook nu is het tot 15 januari nog niet toegestaan. Vaak dacht ik aan de uitspraak van de Narnians die leefden onder een vloek: Always winter, never Christmas. Het gevoel van uitzichtloosheid dat ik ook opmerk als het gaat om het uithouden van de beperkingen onder corona.

Ik zag al weken uit naar Advent, een ommekeer, de terugkeer van het licht. Het wachten duurde lang dit jaar. Hoe lang hadden we elkaar niet gezien? Weken werden maanden, maanden werden een jaar, en maanden daarna regen zich aaneen tot bijna anderhalf jaar.
 
Maar ergens onderweg gingen we weer in weken tellen: de weken van een zwangerschap met hun eigen mijlpalen.
 
Nu onze dochter en schoonzoon in januari een kind verwachten krijgt Advent een andere, intenser, kleur. Soms ben ik blij dat er internet is. Nu staan er vele ‘bump-pics’ op mijn telefoon en koester ik de echo’s waarop ons kleinkind eruit ziet als een halloweenskeletje met witte botjes en oplichtende minitandjes.
 
Een wonder. Opschuiven in de lijn van de generaties, plaats maken voor een nieuwe loot aan de stam.
En dat in Advent, tijd van verwachting en verlangen naar licht en nieuw leven. Ik wilde daaraan meer aandacht geven, geïnspireerd door mijn vriendin die haar ouders al vijf jaar niet gezien heeft omdat ze in gevaarlijke en regelrecht mensonterende omstandigheden leven in bezet gebied in Noord Syrië. Dat maakte me bescheiden. Ik besloot meer om te zien naar wat er wel is en wat er wel kan. Meer stilstaan bij de dag. Meer rust en zegeningen tellen, want ondanks alles zijn die er, zijn die er in overvloed. En voorbereiden voor een jaar waarin uitgestelde dingen misschien toch kunnen – op een andere manier, nooit meer zoals voorheen, maar toch.

Ik vraag me af: hoeveel mensen zullen na het opheffen van de maatregelen, een herkansing nemen op een uitvaart? Hoeveel energie is er dan nog? Hoeveel creativiteit? Zit de creativiteit verborgen en wacht ze tot het tijd is om weer tevoorschijn te komen, als knoppen onder de sneeuw? Of duurt het wachten te lang, heeft het leven zijn loop al weer hernomen en is een herinneringsviering niet meer de vorm om een overleden geliefde te herdenken? Sommige families herdenken jaarlijks de geboortedagen van degenen die overleden zijn. Sommige vrienden noemen de naam van een overleden vriend uit de club als ze voor hun jaarlijkse bijeenkomst samen zijn. Ook dat is herdenken. Het hoeft niet altijd groots te zijn. Herdenken kan ook heel persoonlijk, klein en op maat.

Als we onze hoop maar niet verliezen. Dus eerst de laatste dag voor de kerst beleven in het teken van het licht dat morgen weer zal toenemen. Wat er ook gebeurt, de aarde gaat onverstoorbaar door. Wij moeten degenen zijn die het licht weer aansteken.

Always winter, never Christmas is alleen waar zonder hoop.

Christmas is near.

Ik wens jou de veerkracht die je nodig hebt om het jaar af te ronden, de vreemdheid en vertrouwdheid van alles nog eens te overzien – en dan vastberaden het nieuwe jaar in.

Geef een reactie