Vriendelijkheid in het vagevuur

De diagnose is niet mals. De behandeling evenmin: een forse chemo en dan nog experimenteel doorbehandelen. Maar dat alles zal significant bijdragen aan de kennis over deze kanker.
De hare.

Zij is professor Vivian Bearing, gespecialiseerd in de poëzie van John Donne, uitgerust met een diepgravende kennis van zijn verhouding tot de dood. Ze is een harde, ze houdt zich vast aan hoge wetenschappelijke normen. Een komma in een gedicht van Donne heeft haar in haar studententijd op scherp gezet.
Waarom wordt zij proefpersoon in het volle besef dat dit onderzoek er niet is om haar te genezen?

Kennis, zegt ze. Ja. En ze tekent in één beweging door het toestemmingsformulier.
Acht maanden lijden komen achter haar handtekening aan.

Acht maanden vagevuur, maar dan vóór de dood.

Het vagevuur is wit. Er lopen verpleegkundigen rond die vragen hoe het met haar gaat en al weggelopen zijn voordat ze antwoord heeft gegeven. Het is de plek waar ze zich realiseert dat wetenschappelijke gestrengheid haar niet meer kan redden. En dat niet de kanker haar leven bedreigt, maar de behandeling waarvoor ze getekend heeft. Wat zou Donne daarover gedicht hebben? De paradox die je niet kunt oplossen met wetenschappelijke analyse of taalkundige spitsvondigheid.

“Highly educational,” doceert ze recht in de camera. “I am learning to suffer.”

Het vagevuur is een zone van tijdloosheid waar tijd tegelijkertijd schaars is, want de dood komt eraan en er moeten nog veel gegevens worden verzameld. Het vagevuur is een kamer waarin ze geparkeerd wordt voor een onderzoek dat ze niet wil, omdat ze weet dat het niet voor haar is, maar voor de kennis waaraan haar doodzieke lichaam significant zal bijdragen. De assistent moet eerst lunchen en dus wacht zij daar, alleen in een witte steriele ruimte. Een ‘specimen jar’ voor wie geen tijd van leven meer bestaat.

Het vagevuur is waar ze zich realiseert dat ze over zichzelf praat in de verleden tijd, toen ze nog schoenen droeg en wenkbrauwen had. Toen ze meedogenloos sprak tegen jonge mensen die ook maar probeerden te leven. Nu kan ze nergens vriendelijkheid vinden. Ze spreekt het uit als een biecht.

Vriendelijkheid is schaars, inderdaad. Maar niet onvindbaar. Haar verpleegkundige Susie trekt zich haar lot aan.
Ze is geen intellectueel, maar ze weet wel hoe je moet leven. Momenten van verbinding in de uitzichtloze eenzaamheid van de specimen jar.
De meedogenloze professor die haar ooit terugstuurde om haar huiswerk over te doen tot de laatste regel achter de komma is de enige die op bezoek komt.

Wit is een spiegelbeeld van ons onvermogen om tijdig te sterven. Van het leven verzadigd en omringd door geliefden: dat is voorbij.

Allan Kellehear beschrijft in zijn boek The Social History of Dying hoe moeilijk het is in onze tijd om tijdig te sterven.
Tijdig: voordat je helderheid van geest je heeft verlaten en je veroordeeld bent tot een schaduwbestaan in een verpleeghuis (dus niet te laat).
Tijdig: niet aan een besmettelijke ziekte als AIDS waarvoor alleen in het Westen goede medicatie beschikbaar is (dus niet te vroeg en niet te ver verwijderd van de rijkdom).
Tijdig: met beschikbare medicatie binnen bereik, en verzekerd (dus niet te arm om toegang te hebben).
Deze film voegt een andere ontijdigheid aan het rijtje toe.
Tijdig: voordat een experimentele behandeling jou reduceert tot kostbaar experimenteermateriaal dat zo lang mogelijk beschikbaar moet blijven. Ook bij een hartinfarct. Ook bij diep, intens lijden.

NURSE: STOP! SHE IS DNR!
ASSISTANT RESEARCHER: SHE IS RESEARCH!

Na een ongewenste reanimatie sterft Vivian. Een uitgestelde, en toch ontijdige dood na een verlengd sterfbed.
Ze heeft vriendelijkheid geleerd.

En ze is niet meer bang.

Death, be not proud, though some have called thee
Mighty and dreadful, for thou are not so;
For those whom thou think’st thou dost overthrow
Die not, poor Death, nor yet canst thou kill me.
From rest and sleep, which but thy pictures be,
Much pleasure; then from thee much more must flow,
And soonest our best men with thee do go,
Rest of their bones, and soul’s delivery.
Thou’art slave to fate, chance, kings, and desperate men,
And dost with poison, war, and sickness dwell,
And poppy’or charms can make us sleep as well
And better than thy stroke; why swell’st thou then?
One short sleep past, we wake eternally,
And death shall be no more; Death, thou shalt die.

Bronverwijzing
Alan Kellehear (2007): The social history of dying. Cambridge University Press.

6 december 21018
Toevoeging over reanimatie: deze prachtige graphic novel laat zien hoe reanimatie als ritueel fungeert in het gevecht tegen de dood van een technologische maatschappij.

Geef een reactie